weekblad-logo

week 42-2021

Fotoquiz snelste

De snelste met het juiste antwoord op de foto van vorige week was Thomas Gravemaker. De nieuwe opgave komt dan ook van hem.

De vragen zijn:

Waar is dit?
Wat is dit?

Oplossingen via deze link

Prentbriefkaart: collectie Thomas Gravemaker

Oplossing vorige week

 

 

 

 

 

 

Geen moeilijke opgave deze foto van de Nieuwezijds Kolk met links de zijgevel van het Korenmetershuisje.
Wel een beetje rommelig maar heel anders dan de toeristenrommel van vandaag. De bakfiets is vervangen door 100 huurfietsen en -scooters.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Onder: Google Street View

Goede oplossingen kwamen van Thomas Gravemaker, Anneke Huijser, Anthony Kolder, Ria Scharn, Kees Boas, Erik Dubelaar, Arjen Lobach, Bert Brouwenstijn, Jan van Veen, Harald Advokaat, Otto Meyer, Gerard Beerman, Han Mannaert, Hans Goedhart, Ron Poelgeest, Dirk Fuite, Aschwin Merks, Mike Man, Jos Mol, Hans van Efferen,

Fotoquiz: Harald's keuze

 

De keuzefoto betreft ook deze week een locatie binnen de Singelgracht.

 

 

Harald Advokaat zou kunnen zweren dat de WaarWat-opgave van vorige week de hem bekende fries met soortgelijke afbeelding was. Bij nader inzien niet dus! Hij laat deze foto dan maar voor ons achter als nieuwe keuze-vraag.

Op welk adres vinden we dit reliëf?

Laat het ons weten via deze link

Foto: Google Street View

Oplossing: Hans' keuze

 

 

He! Deze is al een keer geweest!
We vervallen in herhaling maar na twaalf jaar quizzen is dat bijna niet te vermijden.
Dit was dus nóg een keer het Damrak ter hoogte van de Dubbele Worststeeg, Het streepje Dam wat er nog opstaat is van de Groote Club.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Goede oplossingen kwamen van Ria Scharn, Anthony Kolder, Arjen Lobach, Adrie de Koning, Anneke Huijser, Jos Mol, Bert Brouwenstijn, Kees Huyser, Otto Meyer, Mike Man, Harald Advokaat, Aschwin Merks, Harry Snijder, Marike Muller, Hans van Efferen,

Heeft u ook een opvallende foto gevonden?

Laat ons meegenieten en stuur hem naar de redactie. Het onderwerp kan zich zowel binnen als buiten de Singelgracht bevinden. Wij verwachten wel een niet alledaags beeld dat ook niet-buurtbewoners wel eens op het netvlies kregen. Graag via deze link en alléén via deze link a.u.b. Blijf sturen!

Fotoquiz Wat? Waar?

Een oudje, gezien de hoge bruggen die in de jaren erna stuk voor stuk verlaagd zouden worden.

De vragen zijn:

Welke gracht/burgwal is dit?
Welk gebouw staat rechts in de steigers?

Laat het ons weten via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Oplossing vorige week

Waar was het ook alweer, dat pand met dit reliëf boven de deur? Het was al eerder aan bod in de laatste week van vorig jaar: de Koningsveste: Prinsengracht 739-741, gebouwd i.o.v. de Amsterdamsche Melkinrichting. Het gebouw is een ontwerp van Ed Cuijpers en dit reliëf boven de deur is van P.E. van den Bossche, een Vlaamse beeldhouwer die in de Lutmastraat zijn atelier had.
Het reliëf stelt een stoet kinderen voor die helpen een bokkenkar geladen met melk voort te duwen. Een aantal deelnemers vond de verklaring dat het om een melk-bacchanaal zou gaan, iets dat wij in het verleden ook al eens beweerden.

Foto: 020apps.nl

Goede oplossingen kwamen van Arjen Lobach, Anneke Huijser, Anthony Kolder, Adrie de Koning, Jos Mol, Otto Meyer, Ria Scharn, Marike Muller, Mike Man, Aschwin Merks, Harry Snijder,

Met de camera op pad...

Als u dacht dat werk aan kademuren iets van deze tijd is... zie deze foto van dik een eeuw geleden. De vraag is:

Welke gracht/burgwal/kade is dit?

Laat het ons weten via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Foto van vorige week

 

Er stond nog voldoende detail van de markante gevel van de Engelse Episcopale kerk op de foto om hierin de Groenburgwal te herkennen. Het pand waaraan gewerkt werd is de Staalhof. Die Engelse kerk was oorspronkelijk de lakenhal van deze Staalhof.

Iets meer over de Staalhof leest in week 25 van het jaarboek 2015.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Goede oplossingen kwamen van Arjen Lobach, Ria Scharn, Anthony Kolder, Anneke Huijser, Adrie de Koning, Harald Advokaat, Otto Meyer, Harry Snijder, Han Mannaert, Mike Man, Gerard Beerman, Wim Huissen, Ria Scharn, Jos Mol, Hans Goedhart, Aschwin Merks, Marike Muller, Hans van Efferen,

Hulp gevraagd...


Nog een niet-gelokaliseerde foto. Opnieuw hebben wij geen idee of dit wel Amsterdam is. Het enige houvast lijkt ons de toren die er markant uitziet. U kunt de foto weer klikken voor de maximale resolutie in de Beeldbank.
Waar is dit? Als u het weet, laat het ons ook weten via deze link.

Hulp gevraagd... en gekregen

We krijgen geen bevestiging waar de brandweer hier mee bezig was, maar gezien de strakke gezichten - geen lachje te bespeuren - was het iets ernstigs. Auto te water? Paard te water en verdronken? Woonschip gezonken? Dat laatste bevestigde Eric-Jan Noomen: datum: 29-08-1923. Geen slachtoffers.

Het gebeurde allemaal op de Nieuwe Achtergracht voor de deur van een stoom-diamantslijperij op nrs. 134-138, in 1887 gebouwd i.o.v. de Diamanslijperij Maatschappij. Opvallend is misschien dat de architecten (Gebr. de Wit) in feite een ingenieursbureau bedreven dat 129 poldergemalen op stoom bouwde.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Verhelderende respons kregen wij van Eric-Jan Noomen, Anneke Huijser, Maarten Helle, Mike Man,

redactioneel

Van vleeshal tot trouwlocatie

 

In de Derde Uitleg vanaf 1612 werd de plek waar voorheen de noodpoort - of liever gezegd 'hek' - op de Haarlemmerdijk had gestaan, vrijgehouden voor een varkensmarkt. Bij de markt kwam in 1617 aan de dijk, de tegenwoordige Haarlemmerstraat, een vleeshal te staan. Geheel tegen de gewoonte in kwam de ingang aan de dijk en niet aan het plein, de latere Herenmarkt. De hal was een eenvoudig rechthoekig gebouw met een verdieping waar de schutterij zijn verblijf had, terwijl op de begane grond de vleeshal plaats vond. Het was een vereenvoudigde en veel kleinere kopie van het waaggebouw op de Dam. Hetzelfde soort dak, aan alle zijden afgeschuind zonder pronkgevel. De bovenverdieping was bereikbaar via een halve stoep en de benedenverdieping had de ingang onder die stoep.
De varkensmarkt was een sof en de vleeshal wilde ook niet vlotten. Toen de WIC binnen een paar jaar floreerde en kantoorruimte nodig had, besloot de stad de vleeshal over te doen aan die compagnie. Dat was in 1623 maar dan moest er wel eerst flink uitgebreid worden.

Op de ets de achterkant van de vleeshal, gezien vanaf de Herenmarkt. Het is een uiterst summiere weergave van het pand. Een beter beeld geeft onderstaande tekening van H.P.Schouten van de voor de WIC verbouwde hal, nu gezien van de Haarlemmerstraat. Op het moment van tekenen zat hier overigens al het Nieuwezijds Herenlogement in.

 

De WIC had veel meer ruimte nodig dan de vleeshal alleen. Er werden twee vleugels aangebouwd; één in de richting van de Brouwersgracht en één daar weer dwars op zodat er een omsloten binnenplaats ontstond. Om het echt een binnenplaats te maken werd de open ruimte van de markt afgesloten door een muurtje met een poort erin. In 1647, toen de WIC kapitalen kwijt was aan een oorlog om Brazilië, besloot zij het kantoor op te geven en een ruimte in hun pakhuis op Rapenburg af te schutten. Het gebouw aan de Herenmarkt bleef even leeg staan, tot de stad besloot het geheel om te bouwen tot herberg en te verhuren. In 1657 ging hier het Nieuwezijds Herenlogement van start, bedoeld als tegenhanger voor het Oudezijds Herenlogement aan de Grimburgwal.

Het idee was een soort 5-sterren onderkomen te creëren voor voorname bezoekers aan de stad. Dat lukte geweldig goed voor het Oudezijds Herenlogement maar minder goed aan de Haarlemmerstraat. Met allerlei aanpassingen probeerde men het logement rendabel te maken; zo werd de grote bovenzaal van de oude vleeshal weer door de nachtwacht in gebruik genomen en de huur werd drastisch verlaagd - van ƒ3000 naar ƒ1800 - omdat de uitbater er bijna failliet aan ging. In 1657 haalde de stad een belangrijke veiling van schepen, die executoriaal verkocht moesten worden, weg van het Oudezijds Herenlogement om het hier onder te brengen. Dat gaf enig soelaas maar toen men begon met bijproducten als scheepsbenodigdheden te verkopen, maakte het Oudezijds bezwaar en moest de stad ingrijpen. Het bleef kwakkelen, met een hele serie uitbaters tot buitenlanders aan toe, tot het na 1820 niet meer lukte om te verhuren.

 

In 1825 besloot de stad het complex te verkopen en de gegadigde die de onderhandelingen met goed gevolg wist af te ronden was de Hersteld Evangelisch Lutherse Gemeente, op zoek naar een wees- en oudeliedentehuis. Ook daarvoor moest er uitgebreid worden. Los daarvan werd de hele voorgevel vernieuwd en de stoep in z'n geheel gesloopt. De stad stond stukken van de Herenmarkt af voor uitbreidingen. Dat ging in diverse stappen, t.w. in 1835 en 1853. Het muurtje langs de binnenplaats maakte plaats voor een vleugel, op de binnenplaats kwamen bouwsels en richting Herenmarkt werd nog een vleugel aangebouwd.

 

In 1952 keerde de Hersteld Evangelisch Lutherse Gemeente terug in de Evangelisch Lutherse moederkerk. Het wees- en bejaardentehuis werd daardoor overcompleet en het complex aan de Haarlemmerstraat stond weer te koop.
De foto links maakte Bureau Monumentenzorg in 1953 om de staat vast te leggen voordat een nieuwe koper er in zou trekken. Deze keer was het een particulier bedrijf: textielgroothandel De Vries van Buuren & Co, die na de oorlog besloot te verhuizen van het grote pand Jodenbreestraat 10-14. Alle monumentenhoeders vreesden het ergste maar van de monumentale delen bleef de firma af. Alleen in de nieuwbouwvleugels werden alle scheidingswandjes gesloopt die de aanbouwsels in kamers hadden verdeeld. De firma liet zelfs de na de WIC niet meer gebruikte kelders (waar de zilvervloot-schatten opgeslagen hadden gelegen) restaureren en kapotte tegels door gave antieke vervangen.
Op 16 december 1975 werd de firma getroffen door een verwoestende brand en was verder werken niet mogelijk. Vandalen sloopten antieke onderdelen uit de puinhoop en om verdere vernielingen te voorkomen werd in 1977 een stichting 'het West-Indisch Huis' opgericht die zich over de bouwval ontfermde.

Bovenstaande plattegrond van de verschillende bouwstadia: archief Evangelisch-Lutherse Gemeente

De stichting 'Het West-Indisch Huis', met Ton Koot als voorzitter, beoogde het gebouw te restaureren en te beheren. De restauratie duurde van 1978 tot 1981 en kostte 12 miljoen gulden. Op de binnenplaats werd een fontein geplaatst met een bronzen beeld van Peter Stuyvesant (gouverneur van Nieuw-Nederland), gebeeldhouwd door Hans Bayens. Na de verbouwing werden bejaardenwoningen, de Volksuniversiteit en de gemeentelijke trouwzalen in het pand ondergebracht.

Deze info en onderstaande info: Wikipedia

De afbeeldingen komen uit de Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam, tenzij anders aangegeven.

Schuilkerken in Amsterdam - 1

Om de schuilkerken chronologisch te presenteren is moeilijk. Sommige huiskerken groeiden uit tot grotere kerk op dezelfde locatie en sommigen verhuisden een paar keer voor ze de definitieve plek vonden. Een schuilkerk kan dus al veel langer hebben bestaan voordat ze als zodanig op een bepaald adres bekend werd. De volgorde is dus min of meer willekeurig. We beginnen met de grootste...

 

De Mozes en Aäronkerk (gewijd aan de Heilige Augustinus van Padua).
Vorige week noemden wij de naam van minderbroeder Arnoldus ab Ischa (franciscaner) die na de verbanning naar Amsterdam terugkeerde en op diverse adressen diensten hield. In 1641 wisten hij en de zijnen het pand in de Jodenbreestraat 'waar Moyses in de gevel staat' aan te schaffen. Koper was een stroman met de naam Pieter Pietersz Can. Gefinancierd werd de aankoop door twee Italiaanse kooplieden, de gebroeders Tessini. De verbouwing tot kerk duurde acht jaar, de ontstane kerkruimte was 25x14 meter. De parochie wist in 1682 door weldoeners het ernaast staande pakhuis 'daer waer Aäron in de gevel staat' erbij te bemachtigen, inclusief een tweede pakhuis dat met de rug tegen de Aäron stond en waarvan de voorkant op de Houtgracht uitkwam. Ook het huis daarnaast aan de Houtgracht, achter de Moyses, kreeg de kerk ter beschikking. Men wilde beide pakhuizen bij de kerk voegen maar het duurde tot 1691 eer het stadsbestuur goedkeurde dat deze pakhuizen tot kerk werden omgebouwd. Toen dat eenmaal gereed was konden er 1500 gelovigen tegelijk in de kerk en werd de kerk bediend door vijf paters. De twee huizen in de Jodenbreestraat kregen een nieuwe gevel en dat leverde het uiterlijk op van de afbeelding hierboven. De kerk stond er achter en was helemaal ingebouwd. Dat hield in dat er een erg donkere kerkruimte ontstond en om wat licht te krijgen moest via een kostbare actie hoog in de zijgevel een serie ramen gemaakt worden wat financieel erg veel pijn deed.
In aanloop naar vervanging van de bouwvallig geworden schuilkerk door een nieuwe werden nog twee huizen verworven: het huis Gulden Schael aan de andere kant van Aäron en het huis aan de Houtgracht waar Spinoza opgroeide. Dit uitgebreide bezit tussen Jodenbreestraat en Houtgracht/Waterlooplein leverde - na sloop - een groot grondstuk op waar in 1837-'41 een nieuwe Mozes en Aäronkerk gebouwd kon worden.

 

Binnen kon men een barok altaar vinden dat rond 1700 was vervaardigd en zelfs mee verhuisde naar de nieuwe kerk van 1841, maar werd aangevuld met twee zijaltaren. Onderstaand een tekening van Jacob de Wit zelf van een deel der latere beschildering van het altaar (annunciatie). Datzelfde gold voor ander schilderwerk van Jacob de Wit dat tegen de zin van de architect van de nieuwe kerk (T.F.Suys) mee diende te verhuizen. Ook het orgel uit 1772 door Johannes Petrus Hilgers, vond - na uitbreiding - een plek in de nieuwe kerk. Daaruit is in 1871 met gebruikmaking van slechts enkele onderdelen een nieuw orgel ontstaan (Philbert/Adema) dat de status van rijksmonument heeft.

 

Wat ook mee verhuisde van schuilkerk naar hallenkerk was het fameuze zangkoor Zelus Pro Domo Dei (IJver voor Gods Huis), opgericht in 1691. Daaraan vooraf ging en kleiner koor Music Collegie dat in de eerste schuilkerk van 1641 in het huis Moyses onder leiding van Gerrit Bolhamer van zich liet horen. In 1691 werd de kerk aanmerkelijk vergroot, zoals we hierboven zagen, en het koor ZPDD nam toen de begeleiding van de missen op zich. Bij het koor hoorde een orkest in sterk wisselende samenstelling van enkele instrumenten tot complete symfonische orkesten. Koor en begeleiding werden gekoesterd door de paters; ze werden betaald en steeds getrakteerd na een uitvoering. De kerk mocht graag terugdenken aan een geslaagde uitvoering van Liszt's Graner Messe in 1866 door Zelus Pro Domo Dei met orkest in de nieuwe Mozes en Aäronkerk, dit in bijzijn van de componist die na afloop dol enthousiast was. Nevenstaande plaquette herinnert aan dit succes van het koor.

Foto: krogtweb.nl

 

Lees meer over de geschiedenis van zowel de oude als de nieuwe Mozes en AƤronkerken in de brochure Van Schuilkerk tot Zuilkerk door O.F.M. van Heel e.a. (1941). Alleen nog antiquarisch te verkrijgen.

 

Ook de Remonstrantse kerk, de latere Rode Hoed, behoort tot de schuilkerken. Dit was een protestantse kerk maar van een stroming die lang onder politieke druk stond.
De geschiedenis daarvan is uitgebreid aan de orde geweest in Jaarboek 2017 pp.1-9.

Klik de omslag om het jaarboek te openen.

De afbeeldingen komen uit de Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam, tenzij anders aangegeven.

Column: de ijscoman

De toren met bolletjes ijs groeit, ...en nog een, en nog een... geen tien cent, geen negen, geen acht... een stuiver voor een hoog opgetast hoorntje ijs... op het Waterlooplein... bij ijscoman Jonas Muller. Boks daar maar eens tegenop. Dat lukt niet, al noem je jezelf de ijsbokser. Mullers kar was altijd omringd door een kleine volksoploop. Hij had een ijsfabriek op de Krom Boomssloot, vlakbij de Kleersloot en op 't Waterlooplein was hij koning.
Niet lang nadat het verkopen van ijs op straat in zwang kwam, zo rond 1900, kwamen de problemen om de hoek kijken. Er waren ijsverkopers die hun ijs in hun keuken of een schuurtje bereidden en dan kwam de hygiëne snel in het gedrang. In de 20-er jaren begon de Keuringsdienst van Waren steekproeven te doen en bleek dat 15% van de verkopers geen behoorlijke productieruimte had en dat in enkele gevallen uit de hoeveelheid bacillen bleek dat er geen gepasteuriseerde melk gebruikt werd. In 1929 werd het consumptie-ijsbesluit van kracht en werden strenge eisen gesteld aan de ijsbereiding. Dat werd de tijd van de melkfabrieken die naast boter en kaas ook ijs gingen produceren. De VAMI bouwde in 1929 aan de Overtoom zelfs een speciale ijsfabriek. De verkopers kregen ijs en kar ter beschikking en sjouwden tot laat in de avond de hele stad door om een grijpstuiver over te houden.
En toen kwamen de Italianen. Die waren in 1928 al op de Olympische Spelen afgekomen en zagen wel brood in ons kikkerlandje. Het bleek dat ijs ook lekker kon smaken. Leiden was in last en de ijsfabrieken drongen bij de regering aan op gelijke regels voor buitenlandse ijsbereiders en kregen die ook. Maar daarin zagen de Italianen geen enkel probleem en stichtten hun eigen ijsfabrieken. Antonio Tofani had met zijn compagnon Cianelli al in 1928 voor het Olympisch Stadion gestaan en kwam nog in 1928 terug met zijn hele familie om in Amsterdam ijs te bereiden en te verkopen. Binnen korte tijd had hij vijftien ijscokarren rondrijden en niet voldoende familieleden om die te bemannen zodat hij zijn toevlucht tot Amsterdammers moest nemen.

Hun eerste fabriekje was op de Oudezijds Voorburgwal op de hoek van de Pieter Jacobszstraat maar dat werd snel ingewisseld voor een grotere fabriek op de Recht Boomssloot.
Tofani vond dat ijsjes nuttigen op straat maar dubieus, gewend als hij was dat dit 'thuis' in ijssalons werd gedaan. Eind 30-er jaren opende hij op de Oude Waal zijn eerste ijssalon..., een primeur.

De Italianen hadden succes en trokken nieuwe landgenoten aan. Ze boerden goed, zo goed dat ze voor de wintermaanden naar hun vaderland terugkeerden en pas weer terugkwamen als de temperatuur geschikt was om weer ijs te verkopen. Hun Nederlandse collega's moesten 's winters in de steun of naar een typisch winterbaantje omzien, zoals kolen sjouwen. De ijssalons gingen ook dicht of bouwden om naar een winkel met ook weer een typisch winterproduct zoals bontmantels. Weet u nog? Gamba in de Reguliersbreestraat?

De formule werd door Nederlanders gekopieerd en Monte Pelmo in de Jordaan werd door ras-Amsterdammer Fred Cornelisse gedreven: ijs met een Italiaanse inslag. Zijn moeder had de kunst afgekeken in een Italiaanse ijssalon op de Nieuwendijk en begon na haar huwelijk in de Jordaan een ijssalon annex Italiaans restaurant voor gastarbeiders van vlak na de oorlog: lasagne, spaghetti, noem maar op. Ze sprak ook nog een paar woorden Italiaans dus aftrek genoeg. Zoon Fred maakte er een bloeiend bedrijf van met volautomatische ijsmachines die hij uit Italië importeerde. Freddy Cornelli ging als een trein.

Maar Amsterdammers willen hun ijsje op straat niet missen en vandaag rijden busjes met van die misselijke elektronische deuntjes door de straten om hun ijs aan de man te brengen. Een zomeravond zonder is niet meer denkbaar. Maar tussendoor zie je her en der nog steeds kleurrijke ijscokarren staan die op de nostalgische Italiaanse toer zijn.

Boven: IJscokarren rond 1900 bij de ingang van het Vondelpark (links) en op het Amstelveld (rechts)

Onder: Karren van Tofani (links) en Freddy Cornelli in de traditie van Jonas Muller op 'n ijsfestival op de Dam

Boven: fabrieks-ijsjes van v.l.n.r. de Sierkan, VAMI, Jamin en OVV

Onder: Gamba Reguliersbreestraat in de zomer (links) en in de winter (rechts)

YouTube: begin van de Sabbat in de Jodenbuurt

 

 

Oude filmbeelden van het begin van de sabbat in de Amsterdamse Jodenbuurt.

Klik de afbeelding hiernaast om te bekijken

Deze week honderd jaar geleden

Woensdag 19 oktober 1921 - Grote beroering in de Gemeenteraad over de reacties op de voor 1 januari 1922 aangekondigde landelijke wijzigingen op het openbaar onderwijs. Het is enkele raadsleden ter ore gekomen dat veel ouders van kinderen op openbare ULO-scholen hun kinderen van school willen nemen en verenigingen oprichten om zelf scholen te stichten omdat zij de kwaliteit van het voorgezette onderwijs - op de zogenaamde eenheidsscholen - in de nieuwe constellatie niet vertrouwen. Van de Valeriusschool (foto) dreigen 154 van de 190 leerlingen van school te gaan. Andere raadsleden is ter ore gekomen dat voor de ULO-scholen nu onderwijzers gezocht worden onder de beste krachten die nu op naamscholen les geven en idem op letterscholen die de leegkomende plaatsen op naamscholen willen invullen. Dat zou een algehele achteruitgang in de kwaliteit van alle lagere scholen inhouden. Wethouder Vliegen probeert de gemoederen te sussen maar kan geen zekerheden beloven. Hij acht de Gemeente Amsterdam gehouden de wettelijke voorschriften betreffende het Lager Onderwijs (GLO, ULO en MULO) op te volgen. Hij wil er alles aan doen om leegloop richting bijzonder onderwijs te voorkomen.

Oude afleveringen

Hieronder weer een keuzemenu naar oude afleveringen van het jaar 2020. De keuze 2014 t/m 2020 leidt naar de laatste aflevering van het betreffende jaar, met onderaan een eigen menu voor dat jaar.

2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 wk01 wk02 wk03 wk04 wk05
wk06 wk07 wk08 wk09 wk10 wk11 wk12 wk13 wk14 wk15 wk16 wk17
wk18 wk19 wk20 wk21 wk22 wk23 wk24 wk25 wk26 wk27 wk28 wk29
wk30 wk31 wk32 wk33 wk34 wk35 wk36 wk37 wk38 wk39 wk40 wk41
wk42 wk43 wk44 wk45 wk46 wk47 wk48 wk49 Oudjr wk50 wk51 wk52
 

Aanmelden voor deze digitale uitgave    -    Afmelden voor deze digitale uitgave