weekblad-logo

week 20-2022

Fotoquiz eerste

De snelste met het goede antwoord op de foto van vorige week was Jos Mol. De nieuwe opgave komt dan ook van hem. Zijn vraag is:

 

Waar is dit?

Oplossingen via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Oplossing vorige week

 

Dit is de rij huizen Nieuwezijds Voorburgwal 35-39 die eind 20-er jaren werd afgebroken om plaats te maken voor een nieuw kantoor en expeditiecentrum voor Van Gend & Loos. Dat expeditiebedrijf was in 1928 opgeslokt naar de Nederlandse Spoorwegen die grote plannen had om ook in het wegvervoer een rol te spelen. De eerste actie was de bouw van een nieuw depot aan de Nieuwezijds Voorburgwal, toen al de basis van veel expeditiebedrijven. Inderdaad moesten deze huizen daarvoor sneuvelen en dan ziet u hier nog niet eens het fraaiste huis van de drie dat aan de Nieuwezijds Kolk stond.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

 

In 1930 kan Van Gend & Loos het depot aan de Dam verlaten en neemt zijn intrek aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Goedwillende beschouwers stellen vast dat de nieuwbouw kenmerken van de Amsterdamse School heeft, maar dat is wel heel erg welwillend. Als pleister op de wonde worden enkele gevelstenen uit de gesloopte huizen opnieuw ingemetseld.
In 1995 wordt de hele handel weer gesloopt. De ABN-AMRO gaat zich met de Nieuwezijds Kolk bemoeien. De stad mag van geluk spreken dat er opgravingen naar 13de á 14de-eeuwse restanten van een (dwang)burcht gedaan mogen worden.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

"Wat voor een stad is Amsterdam, een openluchtmuseum zoals Venetië of een swingende wereldstad met bijbehorende luxe? [...] De totale uitstraling van de Kolk moest volgens ons bij de swingende stad aansluiten". Dit schreef de regiomanager van ABN/AMRO in 1995 in Plan Amsterdam (DRO) aflevering 'Tussen Nieuwendijk en Nieuwezijds'. Architect Ben van Berkel deed er nog een schepje bovenop: "De grootte van het gebouw is nergens storend. [...] Er wordt een typisch twintigste-eeuwse laag aan de bestaande stad toegevoegd: elementen zijn overgenomen uit de omgeving [sic; dat betekent: het staat er echt!]".

 

Dit is niet de eerste keer en zeker niet de laatste keer dat we laten zien wat er in 1995 voor in de plaats kwam. De ABN-AMRO dramde dit monstrum er door. De Kolk en het Korenmetershuis zijn aan het zicht onttrokken. Dit is o.i. het meest misplaatste gebouw in Amsterdam en heeft definitief de universiteitsbibliotheek op het Singel van de eerste plaats verdrongen. De bank heeft er de handen van af getrokken en de architect Ben van Berkel heeft toegegeven dat dit bouwwerk er beter niet was gekomen. Daar schieten we natuurlijk niet zo veel mee op. Omdat weinig bedrijven trek hadden om in de smaad te delen stond en staat nog steeds veel ruimte leeg. In arren moede heeft de gemeente het gebouw in gebruik genomen om een aantal politiebureau's te sluiten en hier onder te brengen. Alsof de Nieuwezijds niet al druk genoeg was. Nog steeds heeft de gemeente de grootste moeite het gebouw rendabel te exploiteren en leuren diverse makelaars regelmatig met kantoorruimte hier.

Foto: tweesnoekenarchitectuur

Goede oplossingen kwamen van Jos Mol, Ria Scharn, Anneke Huijser, Bob Bommellaan, Harald Advokaat, Aschwin Merks, Arjen Lobach, Adrie de Koning, Kees Valentijn, Marike Muller, Mike Man, Hans van Efferen,

Fotoquiz: Ruud's keuze

 

 

De keuzefoto betreft deze week een locatie buiten de Singelgracht.

Een hint verdient u bij deze foto: dit is geen woonboot. De vragen zijn:

Aan welke straat/weg/kade staan de huizen in de achtergrond?
Achter de ark komt een zijstraat uit. Welke?

Laat het ons weten via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Oplossing: Anneke's keuze

 

 

Dit pandje heeft u inderdaad eerder in de quiz gezien. Het is Herengracht 77 op de hoek van de Korsjespoortsteeg. Deze erven waren onderdeel van de Tweede Uitleg van 1593-'94 en in 1596 wordt voor het eerst hier een huis op gemeld. Dat was "De Engelse Roos", decennialang in bezit van Engelse ondernemers. Dat was niet dit huis; dit is opnieuw opgetrokken in 1632 door bakker Jan Gerritsz. Het metselwerk van de voorgevel is weliswaar vernieuwd maar de tekening in het Grachtenboek van Caspar Philipsz laat zien dat de indeling in 1768 ook al zo was.
Het pand is sinds 1958 in bezit van vereniging Hendrick de Keyser. In 1966-'67 is het pand gerestaureerd door IJsbrand Kok, de zoon van A.A.Kok.

 

Foto: Stadsarchief Amsterdam

 

Goede oplossingen kwamen van Arjen Lobach, Otto Meyer, Jos Mol, Hans Olthof, Harald Advokaat, Aschwin Merks, Ria Scharn, Kees Valentijn, Frank Mulkens, Adrie de Koning, Mike Man, Marike Muller, Hans van Efferen, Han Mannaert,

Heeft u ook een opvallende foto gevonden?

Laat ons meegenieten en stuur hem naar de redactie. Het onderwerp kan zich zowel binnen als buiten de Singelgracht bevinden. Wij verwachten wel een niet alledaags beeld dat ook niet-buurtbewoners toch wel eens op het netvlies kregen. Graag via deze link en alléén via deze link a.u.b. Blijf sturen!

Fotoquiz Wat? Waar?

 

De maker van deze foto was niet tevreden met het eindresultaat en ging met pen en inkt aan de slag.
Het gaat om een drievoudig erf waarop twee huizen stonden die eind 18de eeuw gesloopt werden voor deze nieuwbouw. Het kende een veelzijdig gebruik door allerlei verschillende instanties. Van één daarvan willen we een naam zijn.

Onze vragen zijn:

Wat is het adres van het hoge pand?
Van welke grote maatschappij was dit het eerste hoofdkantoor?

Laat het ons weten via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Oplossing vorige week

 

Om iets van houvast te bieden lieten wij boven in het pand de heel vage naam 'Britannia' staan, maar daarmee bleek het een makkelijke opdracht te worden. Het ging om het pand Warmoesstraat 63-65, gefotografeerd vanuit de Oudebrugsteeg. Daarin zat toen de Britannia Hat Compagny.
De onleesbaar gemaakte café-uithangborden waren die van Rheingold (links) en De Oude Brug (rechts).

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Goede oplossingen kwamen van Anneke Huijser, Arjen Lobach, Jos Mol, Anthony Kolder, Adrie de Koning, Harald Advokaat, Hans Olthof, Aschwin Merks, Peter Waagen, Ria Scharn, Kees Valentijn, Marike Muller, Mike Man, Hans van Efferen, Harry Snijder,

Met de camera op pad...

 

 

Gevelrijen die niet meer bestaan zijn de gemeenste quizfoto's die er zijn. U hebt geen vergelijkingsmateriaal en moet maar gokken welke gracht hier getoond wordt. Het meest linkse pand staat er dat nog en achter de meest rechtse boom ook. Onze vraag van deze week:

Voor welk groot gebouw maakte het grootste deel van deze huizen plaats?

Het adres van dat pand is ook goed.

Laat het ons weten via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Foto van vorige week

 
Na eerst vastgesteld te hebben dat dit een breed vaarwater als bijvoorbeeld de Oudeschans moest zijn en geen hoofdgracht, bleken er aan de Waalseilandgracht zoveel unieke gevels aan de Oude Waal overeen te komen met deze foto dat het niet kon missen. Deelnemers Han Mannaert en Marike Muller ontdekten op een andere foto van de Waalseilandgracht dezelfde woonboot. Die is náár de Binnenkant genomen en de quizfoto er vanaf. Pieter Klein maakte attent op het bijzondere schuitje in de voorgrond dat door schotten is ingericht voor modder en voor en achter een compartiment heeft met roeidollen.

Foto's: Stadsarchief Amsterdam

Goede oplossingen kwamen van Arjen Lobach, Anneke Huijser, Aschwin Merks, Han Mannaert, Marike Muller, Kees Valentijn,

Hulp gevraagd...

Voor u nu roept "daar heb je dat paard en het toestel van Sinck alweer", dit is een ander geval en volgens de beschrijving geen paard van Hirsch maar van de Stadsreiniging. Maar... waar gebeurde dit?

Welke beschrijving zou u bij deze foto in de Beeldbank willen zien?

U kunt de foto weer klikken voor de maximale resolutie.

Laat het ons horen via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Hulp gevraagd... en gekregen

 

Op de foto staat de gevelrij Singel 260-276 (v.r.n.l.) met op nr.264 (verhoogde lijstgevel; tussen Raadhuisstraat en Gasthuismolensteeg) de N.V. Fabriek van Pepermunt en Gomartikelen v/h G. van Voornveldt & Co. Later koos de firma voor het kortere Venco. Dus toch!
Op nr.266 weet Kees Valentijn nog de gevelsteen "De Kater" (volgens Kees De Blazende Kater) in een late halsgevel met florale klauwstukken.
De gevelrij staat er ongeschonden bij, getuige de Street View hieronder. Daar is de gevelsteen net afgedekt door takken.

Foto: Stadsarchief Amsterdam
Foto onder: VVAG


Hulp kwam van Arjen Lobach, Anneke Huijser, Hans Olthof, Maarten Helle, Aschwin Merks, Kees Valentijn, Hans van Efferen, Jos Mol, Mike Man,

en dan nog even over...

 

...de De Ruijterkade. De naam klopte wel maar dit is niet het middelste stationseiland doch het westelijke en de doorgang voert naar de Westerdoksdijk en -sluis. Alleen van daar is de bossage rond het Tolhuis op deze manier te zien.
Dat wilde Carol de Vries maar even gezegd hebben.
De werkzaamheden aan de kade, rechts op de foto, zijn voor de steigers 14-16 en I en II. Die laatsten zijn bedoeld voor internationale veerdiensten.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

redactioneel

De tuindorpen en de Woningdienst

 
Wanneer we huis voor huis nagaan wie de huizen in Tuindorp Oostzaan, Floradorp, Bloemenbuurt, Tuindorp Buiksloot, Vogeldorp, Disteldorp en Tuindorp Nieuwendam gebouwd heeft, komen we bijna uitsluitend de volgende twee namen tegen: Berend Boeyinga en Jo Mulder Jr. Beide waren in die tijd gemeentearchitect in dienst van Publieke Werken en werkzaam bij de in 1915 opgerichte Wonigdienst. Beide architecten waren geschoold in de kraamkamer van de Amsterdamse School, het bureau van Ed. Cuijpers. Beiden ontwierpen voor Noord de laagbouw die zo geweldig paste in het tuindorp-ideaal. In Amsterdam-Noord staan vandaag veel rijksmonumenten die door beide architecten vorm gegeven zijn. Hun scheppingen zijn zelden op een hunner namen te stellen; ze zijn ontworpen door "Boeyinga/Mulder".

 
Johannes Hendrik (Jo) Mulder jr. werd in 1888 in Amsterdam geboren en volgde de ambachtsschool; richting niet bekend. Na de school kwam hij in dienst bij Ed. Cuijpers waar hij het vak al doende leerde. Ongetwijfeld eerst als knecht vanwege zijn opleiding, dan als bouwkundig tekenaar en tenslotte als assistent-architect. In 1916-'17 deed Mulder belangrijke ervaring met tuindorpen op toen hij onder leiding van architect H.A.J. Baanders (Amsterdams Lyceum) aan Tuindorp Heijplaat in Rotterdam werkte. Het lijkt er op dat hij toen al in dienst was getreden van de in 1915 opgerichte Woningdienst en om die ervaring toegevoegd was aan Baanders. Na zijn terugkeer was Mulder vooral actief in Noord en heeft bemoeienissen gehad met bijvoorbeeld Asterdorp. Boeyinga, nog niet in dienst bij PW, had kritiek op wat er in Noord gaande was en werd door Keppler voor het blok gezet dan maar te laten zien hoe 't wèl moest. Dat was het punt dat Mulder en Boeyinga samen gingen optrekken.
Mulder bleef zijn hele verdere werkzame leven bij de Woningdienst plakken en nam deel aan het corps architecten die Betondorp vorm gaven.
Mulder was overtuigd socialist en alle ontwerpopdrachten buiten PW en Woningdienst om, altijd toegestaan aan stadsarchitecten, kwamen allemaal uit die hoek.
Hij nam in 1951 afscheid van de Woningdienst om met pensioen te gaan en in 1972 overleed hij in Zeist.

 
In 1919 werd Mulder ingezet bij de plannen voor Tuindorp Oostzaan dat in twee fasen werd gebouwd. Aanvankelijk was het tuindorp nog als semi-permanent opgezet, met net iets betere woningen als de noodwoningen van Vogeldorp en Distelbuurt van 1918. Het ging in totaal om 1000 arbeiderswoningen in Noord. Het is in deze fase dat Boeyinga als architect de media opzoekt om zijn kritiek te uiten op wat er in Noord gebeurde. Het resultaat is dat Keppler hem in 1921 uitnodigde om dan maar te komen bewijzen hoe het wel moest. Met de tweede fase was dit plan overboord gegooid en werd er voor permanent gebouwd. Het Zonneplein (foto) met het Zonnehuis zijn het hart van Tuindorp Oostzaan.

 

Berend Tobia Boeijinga - zelf hield hij het op Boeyinga - werd in 1886 geboren in Noord-Scharwoude. Hij werd via de ambachtsschool timmerman en werkte bij verschillende timmerbedrijven. In 1907 haalde hij het gezellendiploma. Zodra de Academie van Bouwkunst opgericht werd, volgde hij daar cursussen en combineerde dat overdag met baantjes als opzichter/tekenaar op architectenbureaus, waaronder dat van Ed. Cuijpers. In 1912 onderbrak hij die opleiding voor een lucratieve baan in Nijmegen en het vervullen van de dienstplicht. In 1917 hervatte hij de opleiding aan de Academie en dit keer overdag als assistent-architect bij Michel de Klerk. In 1921 trad Boeyinga in dienst van de Gemeentelijke Woningdienst Amsterdam. Hij bleef daar maar tot 1926 en vestigde zich toen als zelfstandig architect.
Hij vond de tijd voor ander werk op zijn vakgebied, bijvoorbeeld bestuurslid van de Bond van Nederlandse Architecten en de Academie van Bouwkunst.
Boeyinga is in Nederland bekender om zijn kerken, zowel nieuwbouw als restauratie, dan door huizenbouw. In Amsterdam bouwde hij de Waalkerk (1936), die inmiddels alweer afgebroken is, en de Pniëlkerk (1954) op de Bos en Lommerweg. Deze kerk heeft een nieuwe bestemming gekregen. Als we deze beide kerken vergelijken met de woningbouw in Noord zien we de ontwikkeling in stijl die Boeyinga vooral na de Tweede Wereldoorlog doormaakte. Boeyinga overleed in 1969.

 
Een planologisch beter gestructureerd plan werd gemaakt voor het laatste tuindorp in Noord: Tuindorp Nieuwendam.
Tot slot laten we u nog een bouwwerk in Tuindorp Nieuwendam zien dat alleen op naam van Berend Boeyinga staat en dat in 1927 op het Purmerplein kwam (foto links).
In 1932 bouwde Jo Mulder nog het Zonnehuis op het Zonneplein in Tuindorp Oostzaan. Dit was een project van Arie Keppler om het verenigingsleven in het tuindorp te stimuleren.

 

Het volgende tuindorp kwam in de Watergraafsmeer: Betondorp. Hier heeft Boeyinga al niet meer aan meegewerkt en nam Mulder een bescheiden plaats in tussen een tiental architecten die door de Woningdienst uitgenodigd waren om te experimenteren. Grote naam onder de architecten, in elk geval getalsmatig, was Dick Greiner. Op Mulders naam staat onder meer dit blok Duivendrechtselaan, hoek Graanstraat. Om de hoek in de Graanstraat heeft hij nog enkele blokken gebrouwd, net als in Onderlangs en de Schovenstraat.

 
Het kan u zijn opgevallen dat de hierboven genoemde stadsarchitecten van betrekkelijk eenvoudige komaf waren en het vak vaak in de praktijk leerden. Dick Greiner (1891-1964) was nog een tandje erger; hij moest als timmermansknecht van zijn vader de ambachtsschool in avondcursussen afmaken. Van 1909 tot 1917 werkte hij als opzichter en bouwkundig tekenaar bij een aantal architectenbureau's waaronder opnieuw Ed. Cuijpers. In 1920 waagde hij de stap naar zelfstandig architect en in 1922 legde hij cum laude het examen Voortgezet en Hooger Bouwkunst Onderricht af. Greiner was zeer veelzijdig en tekende, schilderde, ontwierp meubelen, kunstnijverheids-voorwerpen en boekbanden. In de architectuur waren zijn grote voorbeelden Jan Duiker, Frank Lloyd Wright en Bauhaus.
Dick Greiner was een van 50 architecten die door de Woningdienst werden uitgenodigd ontwerpen voor experimentele arbeiderswoningen in Betondorp in te dienen en behoorde ook tot de tien daarvan die gevraagd werden de ontwerpen in de praktijk te brengen. Zo bouwde hij vanaf 1925 een groot aantal woningen en winkels in Betondorp. Alles rond de Brink is bijvoorbeeld van hem (foto onder).
Hij had ook een groot aandeel in de bouw van de woonschool Zeeburg. Bioscoop Hallen Theater in de Jan van Galenstraat was van hem. Hij heeft tot de laatste dag gewerkt; het postkantoor van Heemstede was in 1964 zijn laatste project. Hij is de vader van architect Onno Greiner (1924-2010).

De afbeeldingen komen uit de Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam, tenzij anders vermeld.

Column: Illustere muziek in een illuster gebouw -3

Een ander illuster gebouw is het Amsterdamse Concertgebouw. Een heerlijk plein natuurlijk, dat Museumplein, voor zo’n cultureel geïnteresseerd mannetje als ik, wat zie je daar allemaal, ‘t Rijksmuseum, ‘t Stedelijk, ‘t van Gogh en dan het begin van de concertgebouwbuurt, afgebakend door het majestueuze concertgebouw met de gouden lier op het dak, dat in 1888 werd gebouwd op de slappe veengronden rond Amsterdam, in Nieuwer-Amstel dus. 2200 heipalen ramde A.L. van Gendt erin om alles te kunnen dragen; de inspiratie van deze architect was het Gewandhaus te Leipzig. Ik sjokte als teener wel eens rond bij de zijingang, ook op gekke tijden. Dan zag je ineens pauken of harpen naar binnen gedragen worden en hoorde je mensen in vreemde talen met elkaar praten. Later las je dan in de pers dat daar een Russische symfonieorkest had opgetreden e.d.
Eenmaal in de zaal liet ik de schoonheid heerlijk op me neerdalen. De schoonheid van de omgeving, de mooie inrichting van de grote zaal en prachtige vér dragende klassieke klanken die opgestuwd werden door de vorm en inrichting. Meer dan twee seconden duurde het voordat een klank was uitgestorven. Vanwege de volgens velen superieure akoestiek wordt de Grote Zaal die 44 meter meet, beschouwd als een van de drie beste zalen ter wereld voor symfonische muziek.
De andere twee zijn de Symphony Hall in Boston (VS) en de Große (Goldene) Musikvereinssaal in Wenen (Oostenrijk). Men kan de ongeëvenaarde akoestiek van de Grote Zaal zelf toetsen door (uiteraard niet tijdens een concert) een harde droge klap met de handen te geven. Men hoort dan een heldere weerklank die donker uitsterft.

Duidelijk anders dan in andere zalen. Mijn vrouw en ik hebben wel eens een Verdi-avond bijgewoond, waarbij de leidende tenor zónder microfoon makkelijke de hele zaal kon bereiken, af en toe moesten we zelfs onze oren bedekken in verband met het grote volume!
Ik heb ook zeer genoten van de Negende van Beethoven met slotkoor en daarbij was een der solozangers Anton de Ridder! Wat een stem! Later bleek zijn zoon (ook zanger) hier vlakbij ons huis te wonen en kon ik lekker bijpraten over de zang en wederwaardigheden van Anton. Als jeugdige bewonderde ik de inrichting van de Grote Zaal met de beelden van Johannes Franse en las ik de borden met de namen van de wereldberoemde componisten. Bij sommige namen fronste ik de wenkbrauwen. Zoals bij Dopper, of Röntgen. Bleken na opzoeken gewoon Nederlandse componisten te zijn. Ik was altijd gek op mooie muziek, muziek luisteren en ook maken.
Van de Zandvoortse meneer de Buijzer, koperblazerboekenschrijver, dirigent van de Postharmonie, de Tramharmonie en de Jeugdharmonie kreeg ik les op de trompet, en….toen gebeurde er iets geweldigs! Ik mocht meespelen in het concertgebouw!! We zouden met de Tramharmonie een recital geven en halverwege zou een der grootste sopranen ter wereld voor een paar aria’s aanschuiven, te weten de Amsterdamse Cristina Deutekom, beter bekend als ‘La Voce’! Wat een machtigmooie middag was dat! Prachtig gezang en ik, Gijsbreght, met mijn matzilveren cornetje, begeleidde mede Cristina, zittende vooraan op het podium!!! Voorwaar wauw!

 

Bekijk ook nog eens eerdere muziek-columns: week 1 - 2017 en week 38 - 2018

‘Je kunt boeken vol schrijven over de akoestiek van dit gebouw’, vertelde de Amerikaanse bariton Thomas Hampson in een interview. ‘De helderheid is uniek. Ik heb vóór het orkest staan zingen, ernaast, erachter, met de piano alleen: en altijd hoor ik de klank waar ik van hou.’ Lees verder...

Lees ook: De geheimzinnige geschiedenis van de tuin van Het Concertgebouw

Foto's boven: Gijsbreght de koperblazer, met zijn eerste bugeltje en met zijn hoorn
Foto's onder: Lyrische tenor Anton de Ridder, geboren in de Jordaan, coloratuursopraan Christina Deutekom, geboren in de Spaarndammerbuurt en in 1987 met Peter Westerhoud voor het Concertgebouw

Info: Deutekom begon haar loopbaan als Christine Deutekom, veranderde dat vervolgens in Christina Deutekom en liet na haar doorbraak in Italië de h uit haar voornaam weg. Na haar debuut in Venetië kreeg ze daar de bijnaam ‘L'usignolo olandese’ ("De Nederlandse nachtegaal") en werd later ook wel kortweg ‘La vocé’ (de stem) of ‘La Deutekom’ genoemd. In 1967 maakte ze in de rol van Königin der Nacht vervolgens haar debuut aan de Bayerische Staatsoper in München, de Wiener Staatsoper en de Metropolitan Opera in New York. The New York Times noemde haar naar aanleiding van die voorstelling “the greatest Queen of the Night of our time”.

Foto's boven: Concertgebouw Amsterdam kort na de opening, links nog in de polder, rechts met de Houbrakenstraat reeds geplaveid (SAA).
Foto's onder: Gewandhaus te Leipzig, exterieur (mahlerfoundation.org) en interieur (wikipedia).

 

Nieuwe raadplaat voor week 20

De vragen zijn:

Wie? (heeft 't gemaakt)
Wat? (stel 't voor)
Waar? (hangt 't)

Laat ons uw antwoord op deze vraag weten via deze link

Foto: hoort u volgende week

 

Oplossing raadplaat week 19

Twee stenen (Sint Jacobus en Sint Andreas) zijn afkomstig van het in, of kort na 1615, door de kleermaker Hans Gerritsz. gebouwde dubbelpand Nieuwmarkt 19 en Nieuwmarkt 21. Die worden ook wel toegeschreven aan architect/beeldhouwer Hendrick de Keyser (1565-1621) of zijn werkplaats. Jacobus was een der twaalf Apostelen die na de hemelvaart van Christus het Evangelie in Jeruzalem verkondigde. In het jaar 44 werd hij op last van koning Herodes Agrippa I onthoofd. Zijn gebeente zou naar Spanje overgebracht zijn en wordt daar sinds de 9de eeuw in Santiago de Compostella vereerd. Op de gevelsteen is hij voorgesteld als pelgrim met een lange mantel, hoed, staf, tas en drinkfles. Op hoed en tas zijn Sint Jacobs-schelpen bevestigd. Links op de achtergrond is zijn dood in beeld gebracht.

Foto: VVAG

Zie ook: week 14 - 2014

Goede oplossingen ontving Gijsbreght van Anneke Huijser, Han Mannaert, Ria Luijben, Hans Olthof, Adrie de Koning, Anthony Kolder, Otto Meyer, Harald Advokaat, Jos Mol, Aschwin Merks, Kees Valentijn, Mike Man, Hans van Efferen,

YouTube: Amsterdam '40-'45

-

Deze week honderd jaar geleden

 

Woensdag 17 mei 1922 - Aankomst van de Britse mijnenveger en patrouilleboot Godetia (1270t). Tijdens de oorlog werd een flink aantal van deze schepen gebouwd die nu over de koloniën verdeeld zijn. De Godetia en het zusterschip Hazebell houden toezicht op de visserij in de Noordzee. In dat kader werd, komende van Esbjerg (DK), IJmuiden bezocht en en passant Amsterdam aangedaan. Op de onderste krantenfoto een klein deel van de bemanning van 80 koppen in een touringcar voor een bezichtiging van de Amsterdam.

Krantenfoto's: De Courant (b) en De Telegraaf (o)

 
Woensdag 17 mei 1922 - Grote inbraak in de kunstnijverheidswinkel van Jan Eisenloeffel op de Nieuwezijds Voorburgwal 49, tussen Nieuwezijds Kolk en Dirk van Hasseltssteeg. Eisenloeffel betrok de winkel in 1918, nadat hij alle experimenten met betaalbare kunstnijverheid als mislukt beschouwde en vanaf 1910 luxere producten van edeler metaal ging maken. Dat hadden de inbrekers ook door en stalen vannacht ver ver boven de ƒ10.000 aan edelmetaal, terwijl ze ook nog een geweldige ravage aanrichtten wat de schade nog zal vergroten. Ze hadden zich toegang verschaft op nummer 45 en op grove wijze via het dak van 49 binnengekomen.

Er is iets vreemds aan de hand met dit pand. Het staat op de scheiding van erven die in twee richtingen aan de NZ liggen. Nummer 51 staat evenwijdig aan de Dirk van Hasseltssteeg en nummer 47 haaks op de NZ. Daardoor heeft nummer 49 de vorm van een taartpunt.

Affiche: Stadsarchief Amsterdam

Oude afleveringen

Hieronder weer een keuzemenu naar oude afleveringen van het jaar 2022. De keuze 2014 t/m 2021 leidt naar de laatste aflevering van het betreffende jaar, met onderaan een eigen menu voor dat jaar.

2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 wk01 wk02 wk03 wk04
wk05 wk06 wk07 wk08 wk09 wk10 wk11 wk12 wk13 wk14 wk15 wk16
wk17 wk18 wk19 wk20 wk21 wk22 wk23 wk24 wk25 wk26 wk27 wk28
 

Aanmelden voor deze digitale uitgave    -    Afmelden voor deze digitale uitgave