weekblad-logo

week 06-2022

Fotoquiz eerste

Geniet u ook altijd zo van dit soort stadsgezichten? Dit kan niet al te moeilijk zijn. De vragen zijn:

Welk water?
Welke brug?
Welke zijstraat voor die brug?

Oplossingen via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Oplossing vorige week

 

Opvallend hoe hardnekkig dit gebouw het Oost-Indisch Huis genoemd werd. Dat staat volgens ons op de binnenplaats, achter het poortje dat in de straat te herkennen is. Dit is het Bushuis, oorspronkelijk opslag voor de stedelijke bewapening. Dit was ook vanaf 1603 het eerste onderkomen voor de VOC aan de Kloveniersburgwal, hoek Oude Hoogstraat. Omdat zelfs gerenommeerde Amsterdam-kenners dit toch Oost-Indisch Huis noemen zullen wij niet moeilijk doen over de benaming, zolang u deze foto maar wist te plaatsen.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Goede oplossingen kwamen van Anneke Huijser, Anthony Kolder, Arjen Lobach, Mike Man, Kees Valentijn, Jos Mol, Adrie de Koning, Ria Scharn, Fond Baede, Otto Meyer, Harry Snijder, Herman Schim van der Loeff, Hans Olthof, Peter Pijst, Hans Goedhart, Aschwin Merks, Ron Poelgeest, Milan van Tuin, Nico Kuyvenhoven, Marike Muller, Hans van Efferen, Hein Bruning,

Fotoquiz: webmaster's keuze

De keuzefoto betreft deze week een locatie buiten de Singelgracht.

Aan de bouwstijl zou u kunnen vaststellen welke buurten in aanmerking komen. De vraag is:

Welke hoek is dit?

Laat het ons weten via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Oplossing: webmaster's keuze

 

Waldorf en Statler, de twee bromberen uit de Muppet-show. Hier in hun theaterloge ingemetseld in de Stadsschouwburg aan het Leidseplein.

Foto's: Denise Notermans

Goede oplossingen kwamen van Anthony Kolder, Arjen Lobach, Kees Huyser, Anneke Huijser, Marike Muller, Gerard Koppers, Harald Advokaat, Ria Scharn, Otto Meyer, Jos Mol, Harry Snijder, Herman Schim van der Loeff, Adrie de Koning, Aschwin Merks, Mike Man, Nico Kuyvenhoven, Hans van Efferen, Gerard Beerman, Hein Bruning,

Heeft u ook een opvallende foto gevonden?

Laat ons meegenieten en stuur hem naar de redactie. Het onderwerp kan zich zowel binnen als buiten de Singelgracht bevinden. Wij verwachten wel een niet alledaags beeld dat ook niet-buurtbewoners toch wel eens op het netvlies kregen. Graag via deze link en alléén via deze link a.u.b. Blijf sturen!

Fotoquiz Wat? Waar?

Da's nou vervelend. Die reclamewagen staat precies voor een steeg waar we de naam van willen weten.

De vragen zijn:

Waar is dit?
Welke steeg is verborgen achter de vrachtauto?

Laat het ons weten via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Oplossing vorige week

 

 

Geen steen ligt er meer op de ander. Dat van het verdwenen stratenplan moest er o.i. bij vermeld worden om u een beetje op het spoor van de Jodenbuurt te krijgen. Dit is het Waterlooplein en de zijstraat is de Korte Houtstraat.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Goede oplossingen kwamen van Anthony Kolder, Arjen Lobach, Anneke Huijser, Ria Scharn, Herman Schim van der Loeff, Adrie de Koning, Aschwin Merks, Jos Mol, Mike Man, Marike Muller, Kees Valentijn, Hans van Efferen,

Met de camera op pad...

 

 

 

Geen nood, deze schattige pandjes zijn inmiddels pico bello opgeknapt.

De vraag is:

Welke straat is dit?

Laat het ons weten via deze link

 

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Foto van vorige week

 

Eerst even vaststellen waar we de fotograaf stond. Bernard Eilers stond voor het poortje van de Oudemanhuispoort aan de Oudezijds Achterburgwal en keek richting Grimburgwal. Daarbij kreeg hij een kant van het Huis aan de 3 Grachten in beeld. Achter de brug #218 is het Binnengasthuis te zien met de onvermijdelijke wachtende bezoekers voor de (toen nog) brug over de Grim. De brug heeft een hele rits onofficiële namen: Gasthuisbrug, Zusterenbrug en Heerenlogementsbrug. Allemaal ongeldig verklaard!
Het is dus niet de Sleutelbrug over de OZ Voorburgwal!

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Goede oplossingen kwamen van Anneke Huijser, Arjen Lobach, Kees Valentijn, Ron Huissen, Jos Mol, Adrie de Koning, Harald Advokaat, Marike Muller, Ria Scharn, Dirk Fuite, Wim Huissen, Herman Schim van der Loeff, Ton Hupkens, Frank Mulkens, Hans Goedhart, Harry Snijder, Aschwin Merks, Mike Man, Hans van Efferen, Gerard Beerman, Hein Bruning,

Hulp gevraagd...

Nu zijn we weer in de oude stad. Waar kan dit zijn? Klik op de foto voor een vergroting.

Laat het ons weten via deze link.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Hulp gevraagd... en gekregen

 

 

Deze foto hoort bij een serietje over straten in Slotermeer. In week 49 van vorig jaar hadden we uit die serie de Tobias Asserstraat, deze foto is van een kruisende straat: de Paul Scholtenstraat.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Trefzekere antwoorden kwamen van Paul Graalman, Eric-Jan Noomen, Arjen Lobach, Anneke Huijser, Aschwin Merks,

Competitie: tussenstand

.
In de eerste vijf zaterdagen van dit jaar waren in totaal 20 punten te verdienen. Voorlopig zijn er een aantal die het volle pond er uit sleepten. We vermelden hier alleen de top-10 waarin in elk geval de vijf zitplaatsen in de sloep van Carol bezet zijn, als ze tenminste meewillen. Zoals eerder gezegd komen alleen de oneven rangnummers in aanmerking, dus nrs. 1-3-5-7-9-enzovoort. Als u de volledige scorelijst wilt inzien klikt u hier

20 punten scoorden (in alfabetische volgorde) Anneke Huijser, Arjen Lobach, Mike Man, Aschwin Merks, Jos Mol, Marike Muller en Ria Scharn. Met 19 punten volgt Adrie de Koning, met 18 Anthony Kolder en met 16 Hans van Efferen.

Tot nu was week 2 't makkelijkst met 99 goede oplossingen en week 4 't moeilijkst met 63. In de komende weken zal af en toe een extra moeilijke opgave tussengevoegd worden om wat tekening in het veld te brengen.

redactioneel

van Athenaeum Illustre naar Gemeente Universiteit

In 1631 werd in Amsterdam een grote stap gezet. Men hoopte na de Alteratie op de installatie van een universiteit in Amsterdam, maar daar zag Willem van Oranje of de Staten Generaal van af en gaf de voorkeur aan een uithoek als Franeker (1585). Dan maar zelf een instituut oprichten dat zich kon meten met de beste onder de universiteiten in de Republiek, die in Leiden (1575). Het mocht alleen geen universiteit heten, want dat was het voorrecht van de Staten Generaal. Dus werd het een Athenaeum..., het Athenaeum Illustre.
De tekening hierboven laat de kapel als leslokaal zien. Wat opvalt is dat een deel van de toehoorders er niet bepaald als student uitziet en dat kan wel kloppen. De colleges waren openbaar, d.w.z. dat ook niet-studenten toegang konden krijgen. Kleine handicap..., de aanwezigen dienden wel het latijn onder de knie te hebben want in die taal werden colleges gegeven. Nader onderricht kregen studenten (tegen extra betaling) bij de hoogleraar thuis.

De Agnietenkapel was na de Alteratie aan de Admiraliteit van Amsterdam toegewezen die in het souterrain een arsenaal inrichtte, totdat dit in 1656 kon verhuizen naar Kattenburg. In 1631 kreeg het Athenaeum de rest van de kapel toegewezen als leslokaal. Het schijnt dat de achterzijde van de kapel aan de Achterburgwal voorlopig de ingang was. In 1632 kwam op de verdieping de stadsboekerij, de voorloper van de Universiteitsbibliotheek. Die bestond voorlopig alleen uit geconfisqueerde kloosterbibliotheken.
Om de kwaliteit van de lesstof op hoog niveau te brengen, kaapte Amsterdam een paar van de beste hoogleraren van Leiden met vorstelijke salarissen weg: Barlaeus (boven links; wijsbegeerte) en Vossius (rechts; geschiedkunde en retorica). De lesstof verzorgde academisch onderwijs t/m kandidaatsniveau, noem het bachelor. Voor de afronding moesten studenten naar een universiteit voor hun graad (master). Vanuit Amsterdam werd meestal voor Leiden of Utrecht gekozen.

 

In 1634 werd een leerstoel wiskunde ingesteld, die werd bezet door Martinus Hortensius, in 1653 opgevolgd door Alexander de Bie. In 1636 verzocht Menassah ben Israël - na overleg en met instemming van Barlaeus en Vossius - een leerstoel Talmoedische wetenschappen te mogen bezetten, maar het stadsbestuur wees dit van de hand. In 1646 kwam een afdeling botanie tot stand, ingevuld door Johannes Snippendael die ook de grondlegger van de Hortus Medicus werd. Hij werd in 1685 opgevolgd door Frederik Ruysch.
In 1660 ging eindelijk een leerstoel geneeskunde van start, bezet door Gerard Blasius. In 1785 kwam dan toch het Hebreeuws als lesstof in het Athenaeum in de vorm van Oosterse talen door Didericus Adrianus Walraven.
Na het afscheid c.q. overlijden van Barlaeus en Vossius had het Athenaeum moeite die plekken met hetzelfde kaliber hoogleraren te vullen. In 1674 trad Petrus Franciscus als vervanger van Vossius aan. In 1677 werd deze ook nog hoofd van de schouwburg aan de Keizersgracht, het begin van de invloed van het Athenaeum op die schouwburg.

 

In de 18de eeuw ontstond een heftige competentiestrijd tussen de chirurgijns en de door het Athenaeum opgeleide medici. Elk (on-)geval werd breed uitgemeten en misbruikt om de tegenstanders te diskwalificeren. In 1745 overleed een kraamvrouw door een fout van de betreffende chirurgijn (Johannes de Bruyn) wat de vrouw het leven kostte. De deken van het Collegium Medicum (Willem Röell) kreeg het in 1746 van het stadsbestuur gedaan dat tenminste alle vroedmeesters een examen voor het Collegium Medicum moesten afleggen. De consternatie onder de oeroude beroepsgroep was groot! Zij vonden dat ze andersom de medici een lesje konden leren.
Op hun beurt hielden ze een levensreddende uitvinding van vroedmeester Hendrik van Rhoonhuijsen, de Rhoonhuijsiaanse hefboom, angstvallig verborgen voor medici en verklaarden zich bereid tegen een hoog lesgeld instructie met het gereedschap te geven.
In 1755 kwam aan het Athenaeum de arts, anatoom, fysioloog, verloskundige, zoöloog, antropoloog en paleontoloog Petrus Camper te werken, met o.a. een opleiding verloskunde.

Lees vooral...

 

Gek genoeg was het de briljante wetenschapper Joannes Hudde die een keerpunt in de onstuimige groei van het Athenaeum Illustre betekende. Hudde wilde eerst als thesaurier en later als burgemeester de stedelijke financiën hervormen. Hij greep op velerlei gebied in op verkwistende afdelingen in het bestuur en één daarvan was het Athenaeum. Het aantal hoogleraren diende drastisch teruggebracht te worden, het liefst tot slechts drie. En dit alles om zijn kostbare ideeën voor Amsterdams waterhuishouding, brandbestrijding en stadsverlichting waar te maken. Het gevolg was dat de stad verstek liet gaan bij de aanstelling van toonaangevende geleerden en het Athenaeum afzakte naar onbeduidende leerschool. Dat maakte dat knappe koppen, die nog wèl in Amsterdam les gaven, de wijk naar andere universiteiten namen. Een voorbeeld is de hierboven al genoemde Petrus Camper (portret) die na enkele jaren Amsterdam weer verliet. Of de filosoof John Locke die naar Rotterdam verdween, waar een illustere school nieuw leven was ingeblazen. Terwijl de Verlichting door de Amsterdamse elite via Felix Meritis aangewakkerd werd, had dat niet zijn weerslag op het Anthenaeum. De grote geleerden van eind 17de en 18de eeuw werkten vanuit Den Haag, Leiden en Delft.

 

Onder koning Lodewijk Napoleon, die Amsterdam tot hoofdstad had gemaakt, dacht het Athenaeum dat het nu een kwestie van lobbyen zou zijn om tot universiteit verheven te worden. Daarvoor zat Lodewijk hier net te kort en in de start van het koninkrijk werd Amsterdam genegeerd. Den Haag liet zich niet de regeringszetel ontnemen en verder lag Amsterdam, van mening dat ze haar status van stadstaat wel weer terug zou krijgen, ook niet goed in de markt. Wel kreeg het Athenaeum de erkenning als opleidingsinstituut op academisch niveau. Gelukkig zagen de inwoners van Amsterdam dat ook zo, stuurden hun zonen naar het Athenaeum en de oude routine van opleiden in Amsterdam en afronden in Leiden of Utrecht werd weer opgepakt.
Het nieuwe elan dat over Amsterdam kwam door de Industriële Revolutie vanaf 1860 had ook zijn neerslag op de academische wereld. In 1877 was het eindelijk zover. Om het te vieren werd deze herdenkingspenning geslagen. Het stadsbestuur nam een leidende rol bij deze transitie en heeft die tot vandaag behouden. Elke benoeming wordt nog steeds door hen genomen.

 

Eén ding moet ons nog van het hart. Amsterdam bleef - op de penning als kooplieden nou eenmaal zijn - vasthouden aan het fenomeen 'buitengewoon hoogleraar'. Dat was geheel en al een geldkwestie want de buitengewoon hoogleraar verdiende een stuk minder. Bovendien hadden ze geen inspraak in de dagelijkse gang van zaken, zoals hoogleraren wel hebben. Nadeel van deze truc was dat er tot 1905 nog steeds geen studenten konden afstuderen in Amsterdam. Hoe dat precies zat weten we niet, maar feit was het.

De afbeeldingen komen uit de Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam, tenzij anders aangegeven.

Column: Katoendrukkers de stad uit gejaagd

De VOC liet de mensen zien dat er meer was dan wollen boezeroenen en lakense jassen. Uit India en Ceylon namen de schepen 'sitsen' mee, vrolijk bedrukt katoen aan de meter, die hier verwerkt kon worden tot fleurige kleding, gordijnen en spreien. Die stoffen werden met de hand gestempeld of zelfs geschilderd. De aanvoer was al snel onvoldoende om aan de vraag tegemoet te komen. "Dat kunnen we zelf toch ook wel?" vonden ze in het thuisland en de katoendrukkerij deed zijn intrede. Maar het proces was erg vervuilend; er was veel schoon water nodig en de productie stonk behoorlijk. De stad uit met die smerige drukkerijen! Waar vond je voldoende schoon water, grasland om de stof te drogen en goedkope grond om drukkerijen te bouwen? Vanuit Amsterdam trok men naar plekken langs de Amstel maar daar was de grond zeker niet goedkoop. Langs de Schinkel dan maar en omdat dat maar een klein stukje was, werd ook langs de Overtoomsevaart gebouwd, steeds verder richting stad. De beroemdste katoendrukkerij aan de Overtoom was Overtooms Welvaren, een drukkerij die stond waar nu ongeveer de Vondelkerkstraat is. Daar werden eind 18de eeuw voor 't eerst stoffen met geometrische motieven bedrukt. In 1892 schonken nazaten van de eigenaren een dik stalenboek aan het KOG. Daardoor hebben we nu nog steeds inzicht van de veelheid aan bedrukkingen die toegepast werden.

De druksels uit de omgeving werden zo populair dat de VOC er toe overging balen onbedrukt katoen mee te nemen. Nog in de beginjaren van de VOC passeerde het aantal Amsterdammers de 100.000 en aan het eind van de 17de eeuw was dat 200.000 zielen. Het aantal winkels dat iets anders dan de eerste levensbehoeften verkocht, steeg snel. Om iets te noemen, de stoffenhandel floreerde: op een lijst uit 1742 staan 80 sitswinkels, 72 katoenwinkels, 74 linnenwinkels, 63 lakenwinkels, 88 stoffenwinkels en 27 zijdewinkels vermeld. En dat is dan waarschijnlijk zonder de vele manufacturenwinkels mee te rekenen. Al die winkels verkochten niet alleen stoffen uit het Verre Oosten maar ook import uit Europese landen en Turkije. En daar kwam dus de eigen productie nog bij. In diezelfde 18de eeuw telde men aan Overtoomsevaart en Schinkel 16 katoendrukkerijen. Die werden voor een groot deel bemand door stedelingen en dat zorgde voor druk verkeer naar en van de stad. Om de drukkerijen te laten draaien waren grondstoffen nodig die per schip aangevoerd moesten worden: turf, hout en kleurpigmenten (meekrap, indigo). Veelvuldig werd geklaagd over het kapotrijden van de Overtoomseweg, omdat niet alles per schip werd vervoerd. Keuren geboden dat de wielen extra breed waren: vier duim ofwel ruim een decimeter.
Katoendrukker werd je niet zo maar; daar ging een jarenlange leerschool als knechtje van een volleerde drukker aan vooraf. Het was dan ook precisiewerk.

Het met de hand bedrukken van katoen. De handdrukker drukte een houten stempel in de bak met drukpap in het midden. Vervolgens plaatste hij het drukblok op het doek, wat een grote precisie vereiste, omdat de patronen goed aan moesten sluiten. De drukker tikte vervolgens met een hamer op het drukblok om de drukpap goed op het doek aan te brengen.

In leesrichting: antieke sits uit India (Zuiderzeemuseum), 18de-eeuwse sits uit India met borduurwerk, paisly-motief en staal van de katoendrukkerij Overtooms Welvaren.

 

Voor de productie van bedrukt katoen waren massa's schoon water nodig en wat er terugvloeide was dat allerminst. De katoen werd gekookt, gebleekt, geklopt en gespoeld voordat er ook maar een stempel op gezet werd. Daarna werd het op bleekvelden te drogen gelegd. Dit proces werd vaak uitbesteed aan gespecialiseerde loonbedrijven.
Daarna werd de katoen in een glasloods gekalanderd tussen twee koperen rollen. Daardoor kreeg de stof een lichte glans, prima ondergrond voor de drukker. Dat drukken ging met stempels en dat was vooral bij meerkleurendruk - wat een sits per definitie was - een precies werkje. Daarbij kwam een hoop zout, zwavelzuur en azijnzuur te pas dat later weer weggespoeld moest worden. Alle afval belandde in de vaart en dat veroorzaakte behalve een ondraaglijke stank ook bedorven water waar geen vis in kon leven.
Vaak werd het resultaat na het drukken nog verfraaid door 'penseelmeisjes' die open plekken met de hand invulden. Een opsomming van gebouwen die tezamen een katoendrukkerij vormden: Turfschuur, afkokerij, ververij, kalanderij, droogloods, drukkerij, schilderloods, bleekveld en de nodige schuren voor wagens en paarden.

 

En dan ging de stof de winkel in. Er waren winkels in elke soort stof en daarnaast nog winkels in producten van die stoffen om niet te spreken van de lintenwinkels.
De verbeteringen in de druktechniek met koperen platen die preciezer patronen konden drukken hebben de textieldrukkers de nek omgedraaid. Vooral uit Frankrijk kwamen concurrerende stoffen op de Nederlandse markt. Ook het modebeeld veranderde ten nadele van de sitsen.
Medio 18de eeuw begon de kentering en aan het eind van die eeuw was het gebeurd met het gros van de drukkerijen.

Links een stoffenwinkel op de Vijgendam en onder een Hollands tafereel met de dames in kleding van sitsen gemaakt. Helemaal onderaan katoendrukkerij 't Torentje aan de Schinkel.

YouTube: de verjaardag van Amsterdam

Deze week honderd jaar geleden

.
Woensdag 8 februari 1922 - Lijn 6 wordt opgeheven.
Lijn 6 is het 'hoerenjong' van de GTA/GVB en waarschijnlijk kampioen uitbreiden, inkorten, verleggen en opheffen. Dat laatste zeker vier keer. De lijn ging in 1901 van start op het traject Cruquiusweg-Veelaan-Zeeburgerdijk-Mauritskade. In 1905 werd dat Plantage-Muiderstraat-Nieuwmarkt-Stationsplein om drie maanden later weer op de oude route terug te keren. In 1918 opgeheven maar in 1919 weer terug op dezelfde route. In 1920 vervallen de diensten op zon- en feestdagen om nu in 1922 helemaal opgeheven te worden. Lijn 6 sleept soms de meest bizarre bijwagens met zich mee. Bekend is dat dit soms bijwagens van de paardentram waren.

Dat is niet blijvend. In 1922 zal lijn 6 weer gaan rijden en nu tussen Station Willemspark naar Station Muiderpoort via Leidsebosje, Weteringschans en Sarphatistraat. In 1933 is de bottleneck Dubbele Buurt opgeheven en rijdt de tram niet meer op de heenweg door de Zocherstraat. In 1942 wordt de lijn opgeheven, ongetwijfeld door de oorlogsomstandigheden. In de periode 1945-1958 wordt lijn 6 ingezet bij drukte als bijvoorbeeld veel bezoekers naar en van het stadion willen. Ook wordt de tram incidenteel ingezet op het oude traject met steeds wisselende routes.

Foto's: Amsterdamsetrams.nl

 

In 1977 probeert men het weer eens. Nu gaat de lijn van Stadionplein naar de Plantage Doklaan, weer via Weteringschans-Sarphatistraat maar nu door de Roetersstraat. In 1980 verlegd naar Station Muiderpoort-Sarphatistraat, in 1983 verlegd Oosterpark-Sarphatistraat, in 1986 verlegd Insulindeweg-Javaplein. In 1989 wordt het een luslijn van Sarphatistraat via heel Oost, heen Oosterparkbuurt en terug Mauritskade.
In 1998 verandert dit in een beperkte dienst in de Plantage, in 2002 op het traject Stationsplein-Marnixstraat via de Rozengracht (foto links) en in 2004 Gustav Mahlerlaan-Leidseplein via Amstelveenseweg. In 2006 zou de lijn voor de laatste keer opgeheven worden, maar wie zal 't zeggen?!

Oude afleveringen

Hieronder weer een keuzemenu naar oude afleveringen van het jaar 2022. De keuze 2014 t/m 2021 leidt naar de laatste aflevering van het betreffende jaar, met onderaan een eigen menu voor dat jaar.

2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 wk01 wk02 wk03 wk04
wk05 wk06 wk07 wk08 wk09 wk10 wk11 wk12 wk13 wk14 wk15 wk16
 

Aanmelden voor deze digitale uitgave    -    Afmelden voor deze digitale uitgave