weekblad-logo

week 41-2021

Fotoquiz snelste

 

De snelste met het juiste antwoord op de foto van vorige week was Kees Huyser. De nieuwe opgave komt dan ook van hem.

De vragen zijn:

Waar is dit?
Van welk gebouw is helemaal links een zijgevel te zien?

Oplossingen via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Oplossing vorige week

 

Deze opgave was eenvoudiger dan bedoeld. Na het ingeven van de zoekterm *rijp* blijft een overzichtelijk aantal foto's over. De fotograaf stond voor een raam in het voormalig hoofdbureau van politie aan de Oudezijds Achterburgwal (nu Meertens Inst). Hij keek naar het zuid-westen richting Koningsplein en pakte een vleugel van het stadhuis mee (intussen verhoogd/verbouwd). Onder de linker pijl de opvallende gevel van OZ Achterburgwal 190 met daarachter de Agnietenkapel. Onder de tweede pijl de koepel van Nieuw Engeland op het Koningsplein.
Met dank aan Ria Scharn.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Goede oplossingen kwamen van Kees Huyser, Ria Scharn, Anneke Huijser, Mike Man, Arjen Lobach, Peter Waagen, Jos Mol, Marike Muller, Han Mannaert,

Fotoquiz: Hans' keuze

De keuzefoto betreft ook deze week een locatie binnen de Singelgracht.

Hans heeft een stuk van de linkerkant van deze oude foto afgesneden omdat daarmee de oplossing weggeven werd.

Welke straat is dit?
Hoe heet de steeg die door de beladen vrachtkar geblokkeerd wordt?

Oplossingen graag via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam; de maker hoort u volgende week

Oplossing: webmaster's keuze

Foto's: Stadsarchief Amsterdam

Op de foto staat de spoorbrug 19S (gebouwd in 1922) van de aftakking van het spoor naar de Westerdoksdijk. Daar was een douanepost en loodsen van douane en Van Gend & Loos (zie pijl op luchtfoto). Aan de Westerdoksdijk konden schepen hun goederen inklaren die dan per spoor naar hun bestemming werden vervoerd. Op de afgedankte brug in geopende toestand werd in 2005 het restaurant 'Open' gebouwd. Open slaat op de wand met tuimelramen die allemaal open kunnen. Restaurant Open heeft corona niet overleefd en is nu dicht.

Foto links: © Han Mannaert

Goede oplossingen kwamen van Arjen Lobach, Kees Huyser, Simon Claessen, Adrie de Koning, Anthony Kolder, Ria Scharn, Erik Klein Wolterink, Anneke Huijser, Han Mannaert, Jos Mol, Herman Schim van der Loeff, Tom Tand, Hans van Noort, Mike Man, Otto Meyer, Ron Poelgeest, Rob Philip, Hans Goedhart, Hans Olthof, Maaike de Graaf, Marike Muller, Gerard Beerman, Hans van Efferen,

Heeft u ook een opvallende foto gevonden?

Laat ons meegenieten en stuur hem naar de redactie. Het onderwerp kan zich zowel binnen als buiten de Singelgracht bevinden. Wij verwachten wel een niet alledaags beeld dat ook niet-buurtbewoners wel eens op het netvlies kregen. Graag via deze link en alléén via deze link a.u.b. Blijf sturen!

Fotoquiz Wat? Waar?

Als u volgende week hoort waar dit fries te vinden is, zegt u: "dat hebben we toch pas gehad?" Klopt, maar toen ging het om het hele pand en nu krijgt u alleen deze decoratie. De clou die u verder helpt zit in de voorstelling opgesloten.

De vragen zijn:

Waar staat dit pand?
Waar gaat de voorstelling op het fries over?

Dat het blote kindertjes zijn, kunnen wij ook zien...

Laat het ons weten via deze link

Foto: hoort u volgende week

Oplossing vorige week

 

Het Koning Willemshuis, vernoemd naar koning Willem III, was een initiatief van ds Adema van Scheltema (1815-1897) - de vader van de dichter - en werd gebouwd in 1863-'64 naar een ontwerp van Jan van Maurik die toen directeur van de Stadswaterwerken was. De opdrachtgever was 'De Oprichtings-Commissie van een Wijkgesticht', die op zijn beurt opgericht was door de Ned. Hervormde Kerk. Het hoofddoel van de vereniging was de Jordaan "droog te leggen", om het misbruik van alcohol tegen te gaan. Daartoe kreeg de vereniging in 1866 het recht voor de hele Jordaan het duinwater te distribueren tegen een wel zeer geringe vergoeding per emmer. Dat heeft ze volgehouden tot 1909. Behalve in de strijd tegen cholera leverde dit ook alcoholvrije drank op. Zij exploiteerde daarnaast een 'koffiekar' om te voorkomen dat arbeiders, havenwerkers, enz. de kroeg in moesten om iets te drinken. Die werd bemand of liever bevrouwd door de Geheelonthouders-Vrouwenunie.
Behalve een jaarsteen 1863, het bouwjaar, ook een steen 1813, de geboorte van het Koninkrijk der Nederlanden, vijftig jaar geleden.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

 

 

 

Foto links: niet het tappunt voor duinwater buiten de Willemspoort maar dat in het Vondelpark;
Stadsarchief Amsterdam

 

Foto rechts: jaarsteen 1813 in een gebouw van 1863, ter herdenking van 50 jaar Koninkrijk der Nederlanden;
© Han Mannaert

Scheltema wist ook te bewerkstelligen dat de Jordaan voorrang kreeg bij de aanleg van waterleiding waarbij huizen voor een schijntje aangesloten werden. In het verenigingshuis in de Egelantiersstraat 141-143 werd ontspanning voor kinderen en volwassenen en educatieve lezingen geboden. Dat was de tweede doelstelling van de vereniging: Inwendige Zending. De niet al te verwende magen van de Jordanezen kreeg ook aandacht door voedseluitdeling als de tijd ernaar was. Daar dankt het huis de bijnaam "krentebroodskerk" aan. De huidige gebruiker van het pand, de "Missionairs of Charity" zet die traditie voort. Vanaf 1921 heette de doelstelling "christelijk maatschappelijke arbeid".
Naast het verenigingsgebouw werd in 1889 op nr.145 een bewaarschool voor maximaal 250 kinderen gesticht (in slechts twee lokalen!): de "Prinses Wilhelmina Bewaarschool". Op de verdieping zijn tegenwoordig verhuurde appartementen ondergebracht.
Het Koning Willemshuis heeft heel wat stormen doorstaan, werd soms als fabriek en werkplaats gebruikt maar is uiteindelijk gerestaureerd.
Het Koning Willemshuis is sinds 2001 een rijksmonument (#518348) en de school een gemeentelijk monument.
Koning Willem III en vooral zijn dochter Wilhelmina brachten enkele malen een bezoek aan het huis.

Goede oplossingen kwamen van Otto Meyer, Ria Scharn, Han Mannaert, Mike Man, Jos Mol, Hans Olthof, Marike Muller,

Met de camera op pad...

Bouwwerkzaamheden die aanleiding zijn om een hele straat af te sluiten. De vraag is:

Welke straat/gracht/weg/kade is dit?

Laat het ons weten via deze link

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Foto van vorige week

 

Fotograaf George Breitner stond hier begin 20ste eeuw op wat nu de Postzegelmarkt heet en keek uit over de in 1883 gedempte Nieuwezijds Voorburgwal. Tussen de bomen door is de drukkerij van Roeloffzen en Hübner te zien waar behalve De Courant ook de Nieuws van den Dag werd gedrukt. Op dezelfde plek staat nu het Telegraafgebouw.
Opeens was de Nieuwezijds beloopbaar waar eeuwen water was. Dat wilde die wandelaar wel eens proeven..., zo midden op straat. Niet dat het toen erg druk was.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Goede oplossingen kwamen van Arjen Lobach, Kees Huyser, Ria Scharn, Anthony Kolder, Anneke Huijser, Herman Schim van der Loeff, Harald Advokaat, Han Mannaert, Harry Snijder, Otto Meyer, Mike Man, Jos Mol, Marike Muller, Hans van Efferen,

Hulp gevraagd...


Opnieuw een ongelokaliseerde foto. Dit lijkt veel meer op een Amsterdams plaatje met een gracht of burgwal. U kunt weer op de foto klikken voor de maximale resolutie. Dan kunt u goed lezen dat de brandweer voor een stoomdrukkerij staat. In de verte een zijstraat met een brug ervoor.
Waar is dit? Als u het weet, laat het ons ook weten via deze link

Hulp gevraagd... en gekregen

 

Door het gebrek aan hijsbalken stelde Simon Claessen al vast dat dit niet Amsterdam kon zijn. Oranjeboom was volgens hem ook geen populair biermerk in Amsterdam. Opnieuw kwam het verlossende antwoord van Eric-Jan Noomen. Met behulp van het Duitse nummerbord begon hij eerst in de dichtstbijzijnde stad Groningen te zoeken en had meteen 'beet'. Dit is de Muurstraat gezien in de richting van de Oude Boteringestraat. Wij hebben dit inmiddels aan het Stadsarchief doorgegeven. Naar schatting duurt het drie maanden tot het in de database aangepast is.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Tip van de Beeldbank

Vermijd bij het zoeken termen als ‘familie’. In de beschrijvingen staan die niet altijd zo opgenomen. Zoek liever met alleen de achternaam, eventueel in combinatie met voornamen of voorletters. De zoekmachine houdt geen rekening met spellingvarianten, het is raadzaam om van namen (en oude termen) verschillende spellingen te proberen en zogenaamde wildcards * of ? te gebruiken. In de Indexen zijn bovendien verschillende “slimme” zoekmogelijkheden beschikbaar:

en dan nog even over...

 

...Hajenius. Zoiets maakt meestal wel iets los bij een of meer deelnemers. Simon Claessen's echtgenote heeft daar in de 60-er jaren een tijd gewerkt, vóór de Deense overname. Toen dreigde een verbouwing van het interieur tot een strak nieuwerwets geheel. Door geldgebrek bij de firma is dat toen niet doorgegaan. Gelukkig maar, want vandaag is juist het art deco-interieur een trekpleister. De financiële positie begon te kenteren door Amerikaanse toeristen die de peperdure Cubaanse sigaren van het merk Cohiba ontdekten en die in anonieme verpakkingen naar huis lieten sturen (invoerverbod Cubaanse waren). De wikkels werden dan apart gestuurd, de lege kistjes bleven achter. Die fraaie gelakte houten kistjes waren populair bij het personeel als opbergdozen, zo ook bij mevrouw Claessen die er nog steeds een paar in huis heeft. Die Cohiba sigaren waren schandalig duur; op zo'n kistje zat doodleuk een accijnszegel van ƒ1250.

redactioneel

de Utrecht

 

Het Damrak in 1904. Herman Misset tekent de huizen aan het begin van de straat met rechts zichtbaar de ingang van de Karnemelksteeg. De drie panden links daarvan zijn eigendom van de firma Dake in ijzerwaren en huishoudelijke artikelen (strijkbouten). Ze moeten alle drie tegen de vlakte.
Dat is sinds enkele jaren de opgave van Misset, het in beeld brengen van panden die binnenkort zullen verdwijnen. Omdat de fotografie nog lang niet rijp is om dit soort tekeningen te vervangen, wordt Misset op pad gestuurd door het Stadsarchief Amsterdam maar ook het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap (KOG). Het is hem om 't even wie hem stuurt, omdat dit werk een welkome bijverdienste is op zijn praktijk van letterzetter en decoratieschilder. Hij ontvangt naar zeggen ƒ25 per tekening. Regelmatig, om niet te zeggen vaak, honoreert hij meerdere opdrachtgevers door kopieën van zijn eigen werk te maken.
Dit is een typische tekening van Misset; geen mens of voertuig te bekennen op het toch altijd drukke Damrak. Dat is deels de opdracht om de architectonische details niet te verdoezelen achter stoffering en anderzijds heeft Misset niet zo'n talent om mensen in actie te tekenen.
Op de tekening zien we dat Dake al aan 't opruimen is; hetzelfde jaar nog zijn de drie huizen afgebroken.

Tek: Herman Misset - 1904 (SAA)

 

De firma Dake had een unieke deal gemaakt voor zijn drie panden. Zij had ze verkocht aan de NV Levensverzekering Maatschappij Utrecht, kortweg 'de Utrecht'. Na gereedkomen van de nieuwbouw zou Dake de hele benedenverdieping als winkelruimte en magazijn in gebruik nemen door ze te huren. Op de verdiepingen kwamen kantoren die eveneens verhuurd werden. Het zou nog tot 1935 duren voordat de Utrecht zelf hier kantoor ging houden. Tot die tijd bleven ze op Keizersgracht 201.
Op deze ets van Willem Witsen zien we de bouwput van Damrak 28-30, achter de kiosk. Wij hebben de ets gespiegeld want Witsen etste het beeld zoals hij het waarnam zodat het na afdrukken altijd gespiegeld tevoorschijn kwam.

 

In de periode 1904-'06 werd het enorme kantoorgebouw naar ontwerp van de architecten Alexander Kropholler en Jan Frederik Staal gebouwd. Staal trouwde met de zuster van Kropholler die zelf ook naam zou maken als architect. Beide architecten vormden van 1902 tot 1910 gezamenlijk een bureau waarbij vader Staal de bouwwerken uitvoerde. Of liever gezegd: de jonge architecten kregen hun opdrachten aanvankelijk van vader Staal. Zo niet dit werk; Kropholler was verre familie van Dake. Dat kon niet voorkomen dat de architecten in 1910 knallende ruzie kregen en nooit meer een woord met elkaar zouden wisselen.
Het kantoorgebouw aan het Damrak werd 'Amerikanisme' genoemd, ontleend aan de studiereis van Staal naar de VS. Gevolg was dat het ontwerp een veel hoger gebouw liet zien dan de directie van de Utrecht gevraagd had. Voor de presentatie bij Bouw- en Woningtoezicht liet men een houten maquette maken die de hoogte verdoezelde door de omringende bestaande bebouwing groter te maken. Dat nam niet weg dat er toch opmerkingen over de hoogte kwamen die gepareerd werden door naar andere hoge bebouwing op het Damrak te wijzen, zoals de Algemene van Berlage en daarnaast de Buitenlandse Bankvereniging van Van Arkel. Er kwam dan ook een bouwvergunning.

Over de stijl variëren de meningen. Met 'Amerikanisme' was zeker geen positief oordeel geveld. In die jaren heerste er algemeen afkeer van de 'wolkenkrabber'. Ook pogingen om hierin Jugendstil te zien blijven bij tegenstrijdige meningen steken. Positiever werd en wordt er geoordeeld over de decoratie van de winkelpui met een beeldengroep van Mendes da Costa (1863-1939). Deze beeldhouwer had voor Berlage wat decoratief werk mogen maken maar deze opdracht voor de Utrecht was belangrijk voor hem en een keerpunt in zijn carrière. We zien vijf hardstenen beelden van zo'n 2½ meter hoog en een kleiner bronzen plastiek boven de ingang van de kantoren.
In 1953 verkocht Dake de aandelen en bloc aan de firma Blokker en werd de winkel van die keten. In 2005 werd het een Intertoys, dat destijds onderdeel van Blokker was, maar die tak werd verkocht en viel daarna om. Het wachten is op een nieuwe huurder.

De symbolische voorstellingen raken aan de thema's en motieven die de verzekeringsmaatschappijen gebruikten in hun reclameaffiches: de wisselvalligheid van het bestaan en de mogelijkheid je te verzekeren tegen de financiële consequenties van slechtere tijden.

  • Aanbidding (biddende vrouw voor het Rad van Fortuin), beeld boven de ingang

    en dan v.l.n.r.

  • Beschermende Liefde (Vrouw met kind)

  • Spaarzaamheid (Vrouw met spaarpot)

  • Wijsheid het kwaad bedwingend (Man met boek en dwerg) - zelfportret van de beeldhouwer

  • Wisselvalligheid der Tijden (Chinese vrouw met zandloper en kameleon)

  • Waakzaamheid (Vrouw met hond) (om de hoek in de Karnemelksteeg)

Foto's: 020apps.nl en vanderkrogt.net

De afbeeldingen komen uit de Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam, tenzij anders aangegeven.

Nieuwe serie: Schuilkerken in Amsterdam - proloog

 

De Opstand van 1568 ging nog even aan Amsterdam voorbij, tot in 1578 door de Alteratie alsnog het stadsbestuur werd overgenomen door de Protestanten. We hadden hier wel in 1866 een staartje van de Beeldenstorm meegemaakt maar dat had - relatief gezien - weinig impact gehad in Amsterdam. Dat 'relatief' neemt niet weg dat vooral veel beelden kapotgeslagen werden, maar niet dat kerkgebouwen onherstelbaar vernield werden. De samenstelling van de Amsterdamse bevolking wijzigde na de Alteratie opzienbarend. De 100-duizenden "vluchtelingen om het geloof", uit Vlaanderen en andere delen van Europa, brachten hun protestantse geloof mee. Ze hadden een voorkeur voor de grotere steden in Holland met absolute voorkeur voor Amsterdam. Dat deed de bevolking hier spectaculair toenemen met als gevolg het steeds geringer worden van het aantal Katholieken. Die werden ook nog eens uitgesloten van alle overheidsbaantjes. Niet alleen het stadsbestuur werd nu gevormd door Protestanten maar de nieuw aangestelde predikanten deden hun best hun invloed uit te oefenen op dat bestuur. Vooral uit Vlaanderen kwamen calvinistische gelovigen met hun dominees. Door hun getalsmatig overwicht maakten die binnen de kortste keren de dienst uit in Amsterdam. De bestuurders, vanouds rijke kooplieden maar nu van het nieuwe geloof, hadden geen oren naar de fanatieke Calvinisten omdat dit de handel nadelig dreigde te beïnvloeden. Het gevolg was dat er om het geringste gekrakeel ontstond en de gelovigen in de kerken werden opgezet tegen hun bestuurders. En dat werkte! Dat was het politieke landschap in de eerste decennia na de Alteratie.

Op de afbeelding het op 26 mei 1578 buiten de stad brengen van de katholieke kopstukken: oud-bestuurders, priesters, monniken die aan de Inquisitie hadden deelgenomen, enzovoort. Ze werden in schuiten geladen die buiten het IJ naar de Diemerzeedijk voeren en hun lading daar op de dijk zetten en achterlieten. Sommigen gingen in ballingschap, sommigen liepen naar de dichtstbijzijnde stadspoort en keerden incognito terug in de stad.

 

In deze serie komen de clandestiene kerken aan bod in het Amsterdam van eind 16de eeuw tot de emancipatie van andersdenkenden tijdens en na de Franse overheersing (1795-1813). Dat waren aanvankelijk Katholieken die niet naar het protestantisme wilden overgaan. Daar kwamen echter al heel snel andere godsdiensten bij, zoals bijvoorbeeld de Portugese en Oost-Europese Joden en de vele variëteiten in het Protestantisme: Lutheranen, Doopsgezinden, Walen, Hugenoten, enzovoort die zich niet tot het Calvinisme wilden overgaan.
Aan deze serie ging een grondig onderzoek door Anneke Huijser vooraf, die u ook kent als 'Naatje' van de serie Amstelodamia. Zij moest door omstandigheden de redactie verder overlaten aan de webmaster.

De bestaande kerken en kapellen werden zonder uitzondering gevorderd door Protestanten. Zo werd de oudste parochiekerk van de stad, de St. Nicolaaskerk, omgedoopt tot Oude Kerk en de Heilige Stede werd de Nieuwe Zijds Kapel. De Nieuwe Kerk werd eerst na een mini-beeldenstorm in september door de Calvinisten overgenomen. De vele kloosters in de stad kwamen in handen van het nieuwe stadsbestuur en kregen nieuwe (niet-religieuze) bestemmingen, zoals wees- of tuchthuis. De kostbare boeken werden verzameld in de Nieuwe Kerk.
Vanuit het Vaticaan werd al sinds het verbod van 18 april 1580 van de Staten van Holland op de openbare uitoefening van het katholicisme en het vertrek van de meeste bisschoppen naar Keulen, gewerkt aan een nieuwe kerkelijke organisatie voor de Noordelijke Nederlanden. Holland werd zendingsgebied en een heimelijke parochie heette 'statie'. In 1602 benoemde paus Clemens VIII de Amsterdammer Sasbout Vosmeer (afb. links) tot apostolisch vicaris en toezichthouder over de Noordelijke Nederlanden. Daarmee werden het bisdom Utrecht en Haarlem - die zo goed en zo kwaad als mogelijk verder probeerden te functioneren - buitenspel gezet. Vosmeers taak werd het de Katholieken in Holland naar een nieuwe kerkorganisatie te voeren. De Staten van Holland openden een klopjacht op Vosmeer, wiens bezittingen in de Warmoesstraat in beslag werden genomen. Vosmeer vluchtte en zette zijn werk vanuit Keulen voort.

 

Vóór de Opstand hadden Protestanten ook heimelijk gekerkt, maar dat gebeurde meestal in de open lucht, bekend als 'hagepreken' en steeds op een andere plek. In Amsterdam gebeurde dat ook op schuiten waarop midden op het water een 'dienst' georganiseerd werd. De Katholieken gooiden het over een andere boeg die hen echter veel kwetsbaarder maakte voor ontdekking en vervolging. Zij kozen voor huizen van medestanders waar ze samenkwamen. Als ze verstandig waren namen ze steeds een ander huis hiervoor en de parochianen werden op het laatste moment verwittigd van de locatie door 'klopjes', in de regel dochters uit rijke Amsterdamse families die zorgden voor onderdak voor priesters en locaties voor godsdiensten organiseerden en financierden. Ze gaven ook godsdienstlessen aan kinderen en organiseerden armen- en ziekenzorg. Alles in het geniep, maar het ging niet altijd goed. Gelukkig voor hen bleven de stadsbestuurders altijd kooplieden en konden priesters edg. die betrapt en gevangen genomen waren, vrijgekocht worden.
Medio 17de eeuw was nog steeds 20 á 25% van de bevolking katholiek. Dat waren toen niet alleen Hollanders maar ook buitenlanders die in Amsterdam toch katholieke diensten wilden volgen. Op de Nieuwezijds Voorburgwal waren in de Karmelietenstatie bijvoorbeeld franstaligen welkom en in de Papegaai in/achter de Kalverstraat kerkten de Italianen die in de stad verbleven.

De afbeelding laat een vrouw in typische klopjesdracht zien. Op straat veranderd dit in een zwarte cape.

 

Medio 17de eeuw hadden de families die het stadsbestuur uitmaakten zich dermate goed georganiseerd dat zij zich met succes tegen fanatieke geestelijken wist te weren. Tegelijk daarmee brak er een tijd aan waarin alle andere stromingen dan Calvinisten gedoogd werden en openlijk konden kerken. Dat ze het daarbij niet te bont moesten maken leerden ze snel. In 1660 werd aartspriester Zacharias de Metz gearresteerd omdat hij in ambtsgewaad door de stad liep en openlijk geld inzamelde voor de kerk. Kijk, dat was nou net iets te voortvarend, maar deze daad was waarschijnlijk een gevolg van beginnende dementie. Daar werd hij korte tijd later tenminste voor opgenomen. De Metz kreeg een waarschuwing maar mocht in de stad blijven wonen. Zijn voorganger Jacobus de la Torre bijvoorbeeld werd voor een dergelijk vergrijp nog uit de stad verbannen en zijn goederen verbeurd verklaard.
De befaamde pastoor van de Begijnhof Leonardus Marius (1588-1652) was zó populair onder de burgemeesters en de vroedschap dat hij wist te bewerkstelligen dat er decennialang niet of nauwelijks opgetreden werd tegen uitoefening van het katholieke geloof. De schout moest het ontgelden; tijdens donderpreken in de Calvinistische kerk werd hem en zijn rakkers plichtsverzuim verweten en zelfs werd hij beschuldigd steekpenningen aangenomen te hebben om niet te vervolgen. Een demonstratieve inval in De Papegaai moest de gemoederen kalmeren. Een afvaardiging van de vroedschap ging zelfs voorop en viel de kerk binnen waar zo'n 500 gelovigen Sacramentsdag vierden.

 

Een populaire manier om de capaciteit van huiskerken te vergroten was het gedeeltelijk wegnemen van een verdiepingsvloer en inrichten als galerij. De aanwezigen daar konden door de opening de dienst beneden volgen. Dit was zo universeel dat werkelijk alle stromingen dit toepasten, zelfs in de eerste synagogen.

Nog een kenmerk van schuilkerken: de achteruitgang. Bij gevaar voor ontdekking, voor het op heterdaad betrappen van het houden of volgen van diensten waren er één of meer extra uitgangen, het liefst uitkomend op stegen of gangen die naar een andere straat leidden dan waar de ingang was.

In de loop der tijd leerde men de schuilkerk te camoufleren. Het houden van diensten in vaste gebouwen werd door de stedelijke overheid gedoogd maar de buitenkant mocht er niet uitzien als een kerk. Geen torens, geen luidende klokken, geen heiligenbeelden, enzovoort. Als men nog anoniemer wilde blijven koos men bijvoorbeeld een pakhuis om dat te veranderen in een schuilkerk. Aan de buitenkant werd dan niets gedaan om als kerk kenbaar te zijn. In het interieur ging men dan helemaal los.

De groter wordende kerken maakte dat er minder nodig waren. Gelijk daarmee nam het aantal seculiere priesters (lekepriesters) af. In de 18de eeuw was dat toch nog 70%.

Het is nog interessant te zien in welke volgorde de verschillende katholieke orden in het Amsterdam ná de Alteratie schuilkerken inrichtten. We vertelden dat de uit de stad verbannen geestelijken en wereldlijke leiders zich óf in ballingschap begaven óf direct terugkeerden naar de stad. Twee minderbroeders (Franciscaner) van het klooster aan de Kloveniersburgwal keerden na enige tijd terug en bedienden een huiskerk: Hendrik van Biesten en broeder Aert (Arnoldus ab Ischa). De laatste wisselde constant van woning maar werd toch twee keer door de schout opgebracht: 1584 en 1591. Beide keren wisten de gelovigen hem vrij te krijgen door losgeld te betalen. De eerste orde die het klimaat gunstig genoeg vonden om een schuilkerk in te richten waren de Jezuïeten in 1606 die iets later in de nieuwe uitleg aan de Herengracht nr.12 een huis De Sonnebloem bemachtigden waar gekerkt werd en van waaruit later de statie De Zaaier (Keizersgracht 22) werd georganiseerd. De volgende orde waren de Dominicanen die in 1621 een schuilkerk inrichtten in Het Stadhuis van Hoorn (Spuistraat). In 1623 voegden de Augustijnen zich hier bij en kerkten in twee staties: als eerste in 1623 in De Posthoorn (Prinsengracht) en in 1671 De Star (Spinhuissteeg).

In de komende weken willen wij een aantal voorbeelden laten zien van schuilkerken. Er was van het begin af aan een verschil tussen katholieke schuilkerken en joodse synagogen en protestantse kerken anders dan gereformeerde. Dat volgt uit de stilzwijgende acceptatie van protestantse stromingen die gedoogd werden zonder dat ze de kans liepen overvallen te worden. Zij moesten zich alleen aan de beperkingen houden geen echte kerkgebouwen met torens met klokken en versiering aan de buitenkant te bouwen. Van deze laatste soort zullen er steeds toch wel een paar genoemd worden. De katholieke schuilkerken moesten tot ver in de 18de eeuw rekenen op vervolgingen en verboden.

De afbeeldingen komen uit de Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam, tenzij anders aangegeven.

Column: Wat 'n poppenkast! -2

     Mijn belangstelling voor het straattheater was altoos groot. Ik las erover en keek ernaar.
Op de Dam natuurlijk! De Jan Klaassen-cultuur heeft zijn oorsprong in het Italië van de zestiende eeuw toen het improviserend straattoneel - de Commedia dell’ Arte - zijn intrede deed, waarbij naast serieuze stukken ook kluchten werden opgevoerd die de plaatselijke bekendheden en gebeurtenissen op de hak namen. Iedereen heeft wel eens gehoord van de bekende toneelspelers c.q. poppen Arlecchino, Capitano, Pantalone, Pulcinella, Colombina etc.
     Italiaanse toneelgezelschappen reisden rond door Europa en daar werden de personen en verhalen vermengd met de bestaande. Zo werd het in Engeland Judy and Punch, in Nederland Jan Klaassen en Katrijn enz. De Amsterdamse variant is gestoeld op het volgende verhaal: Jan Klaassen en Katrijn Pieters waren in 1686 getrouwd. Hun huwelijk kende zoveel wantoestanden, dat de kerkenraad van de ‘Amsterdamsche Hervormde Gemeente’ op 21 januari 1706 besloot het stel ter verantwoording te roepen, zoals te lezen staat in de protocollen. Volgens de overlevering zijn de bekende poppenkastfiguren op deze twee kibbelende echtelieden gebaseerd. Jan Klaassen werd in 1664 geboren. Toen hij 22 was en trekwerker van beroep, trouwde hij met Catharina Pieters.

Hun huwelijksakte is bewaard gebleven. Jan woonde in de Anjeliersstraat en Katrijn in de Tuinstraat. Ze tekenden de huwelijksakte allebei met een kruisje.
     De kerkenraad was het bestuursorgaan van de ‘Hervormde Kerk van Amsterdam’. De raad hield het privé-leven van de gelovigen goed in de gaten en greep in als dat dreigde te ontsporen. Op de vergadering van 21 januari 1706 werd het jammerlijke huwelijk van Jan Klaassen en Katrijn besproken. De kerkenraad verhoorde Jan Klaassen en Katrijn Pieters. Zij gaven daarbij vreselijk op elkaar af. De twee maakten zoveel ruzie dat ze apart waren gaan wonen. Jan bekende dat hij zich sindsdien aan overspel had schuldig gemaakt. Katrijn bleek, volgens het verslag van de predikant, voortdurend dronken te zijn. Het stel werd onder toezicht gesteld.
     Er is ook nog een ander verhaal: Volgens overlevering was Jan Claesen trompetter in het leger van Frederik Hendrik en gaf hij later met zijn vrouw Katrijn poppenkast-voorstellingen. Naar aanleiding hiervan ontstond het lied “Jan Claesen is Trompetter...” van Rob de Nijs, dat in 1973 populair was. Het graf van deze trompetter wordt thans in Andel aangewezen. Het beeld in Woudrichem is ter verfraaiing van de vesting.

 

‘Jan Claesen was trompetter in het leger van de Prins
Hij marcheerde van Den Helder tot Den Briel
En hij had geen geld en hij was geen held
En hij hield niet van het krijgsgeweld
Maar trompetter was hij wel in hart en ziel’

 

 

 

 

 

 

Bron: simonis-buunk.nl

 

 

Oplossing raadplaat week 39

Grand Hotel Krasnapolsky, Dam 9

Goede oplossingen ontving ik van:
Mike Man, Jos Mol, Anneke Huijser en Marike Muller

 

Zie ook Amsterdam-Monumentenstad.nl

 

Nieuwe raadplaat voor week 41

Weet u waar deze toren staat? Laat het ons weten via deze link

YouTube: Spoorwegovergang Linnaeusstraat

Deze week honderd jaar geleden

 

Woensdag 12 oktober 1921 - Gistermiddag even na vijf uur, heeft op het IJ een ernstige aanvaring plaatsgevonden tussen de met stukgoederen geladen stoomboot „Haarlem Packet" en de grote Rijnstomer „Ristelhuebers II" van de Rijnvaart Mij.
In de kajuit van de Haarlem Packet bevonden zich een twintigtal passagiers, onder wie een geweldige paniek ontstond. De oudste was een man van 86 en de jongste een kind van 1½. De Haarlem Packet was zwaar beladen; zelfs het dek stond helemaal vol. Bovendien had ze een beladen dekschuit op sleeptouw. Zo kwam ze de Oostertoegang uitgevaren, linksaf het IJ op. Daar kruiste zij de vaarrichting van de Ristelhuebers II. Die voer slechts op halve kracht maar kon toch een aanvaring niet voorkomen. De Haarlem Packet kreeg ter hoogte van de machinekamer een groot gat, waardoor het water met kracht naar binnen drong. De kapitein van de rijnboot, ziende dat de Haarlem Packet onherroepelijk tot zinken gedoemd was, wist de stoomboot door een handige manoeuvre naar den IJ-overkant te duwen. Hij zette de neus van zijn schip opnieuw in het gat dat door de aanvaring was ontstaan, waardoor het binnenstromen van het water afnam. Zo duwde hij de Haarlem Packet naar de noordelijke IJ-oever, tot de steiger van de Noord-Hollandse Tram. Daar konden de passagiers worden overgenomen. Onmiddellijk nadat deze in veiligheid waren, ging de boot naar de diepte.
Aan de kordate houding van de kapitein van de rijnboot is het te danken, dat bij deze ernstige aanvaring geen mensenlevens waren te betreuren. Veel van de lading der Haarlem Packet is echter verloren gegaan en ook de rijnboot liep averij op.

Oude afleveringen

Hieronder weer een keuzemenu naar oude afleveringen van het jaar 2020. De keuze 2014 t/m 2020 leidt naar de laatste aflevering van het betreffende jaar, met onderaan een eigen menu voor dat jaar.

2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 wk01 wk02 wk03 wk04 wk05
wk06 wk07 wk08 wk09 wk10 wk11 wk12 wk13 wk14 wk15 wk16 wk17
wk18 wk19 wk20 wk21 wk22 wk23 wk24 wk25 wk26 wk27 wk28 wk29
wk30 wk31 wk32 wk33 wk34 wk35 wk36 wk37 wk38 wk39 wk40 wk41
 

Aanmelden voor deze digitale uitgave    -    Afmelden voor deze digitale uitgave